Gepost op

Ontvoering Gevangenisdirecteur Veenhuizen (deel 2)

D. bleef achter en dacht: “Hij meer haast hebben dan ik.” Hij voelde dat er iets niet in de haak was, maar legde zich erbij neer. Maar toen het hem te lang duurde en hij niet werd binnengeroepen, begon D. argwanend te worden. Van Tuinen was een precieze man, die zou hem toch hebben gewaarschuwd als hij geen tijd voor hem had.
Dus klopte D. op de deur bij de binnenportier om zijn ongerustheid met de portier te delen. “Och”, zei de portier, “Van Tuinen heeft meer hersens dan jij en ik samen, die weet wat hij doet.”
Inmiddels kreeg de situatie in de werkkamer van directeur van Tuinen een gevaarlijke wending….
K., eenmaal binnen, haalde in een flits een door hem zelf als een mes zo scherp geslepen beitel onder zijn kleding vandaan en zette die op de keel van de directeur met de woorden: ”Jij doet precies wat ik zeg, geen onverwachte bewegingen, anders sla ik toe en kom je hier niet levend weg.” Van Tuinen schrok hevig en werd lijkbleek. Hij had geen enkele kans. Hij was niet gewapend, dus kon hij ook niet anders dan zijn belager gehoorzamen. Daarom nam hij zich voor om steeds precies aan te geven wat hij van plan was. Dus zei hij: ”OK, ik zal doen wat je wilt en geef van tevoren aan wat ik doe.”
Met het scherpe voorwerp constant op de keel van Van Tuinen brieste K.: “We gaan zonder problemen langs de buitenportier naar jouw auto. Geen kik, doe normaal tegen de portier, anders loopt het slecht met je af.”
Van Tuinen dacht na en zei bedachtzaam: “OK, dan doe ik nu mijn jas aan en gaan we naar mijn auto.”
K. pakte de directeur bij de arm, drukte met de scherpe punt van de beitel tegen zijn lichaam en snauwde: “OK, we gaan en je blijft strak naast me lopen.” Van Tuinen dacht aan mogelijke kansen om aan K. te ontkomen, maar besloot voorlopig om K. nauwlettend te gehoorzamen en hem langs de buitenportier te loodsen.
Ze liepen samen naar de poort. Van Tuinen leverde zijn sleutelbos in bij de buitenportier en zei dat hij hierbij K. toestemming gaf de gevangenis te verlaten. De portier toonde geen argwaan. Hij dacht: “Ik heb daar geen schriftelijke melding van, maar de directeur geeft mondeling toestemming dat K. Norgerhaven mag verlaten, dat is hetzelfde als een schriftelijke toestemming van de directie.”
Het was 13.15 uur. Samen liep het tweetal onopvallend naar de Volvo van Van Tuinen. Eenmaal daar siste K.: “Rustig je auto in. Starten jij, rustig rijden …. weg hier en richting Assen!”
Van Tuinen kookte innerlijk van woede en angst, maar liet dat niet merken. Hij wachtte op een moment om het portier open te doen en de auto uit te springen, maar hij wachtte op een goede kans op het juiste moment.
Constant voelde hij de scherpe beitel pijnlijk in zijn zij prikken, dus besloot hij voorlopig maar beter gevolg te geven aan de opdrachten van K…..(wordt vervolgd)

Gepost op

Ontvoering Gevangenisdirecteur Veenhuizen (deel 1)

Het was de eerste maandag van november 1981 rond 12.45 uur. Directeur Van Tuinen was in zijn werkkamer in de gevangenis Norgerhaven en bereidde zich voor op een gesprek dat hij zou hebben met gevangene D. Die had de Turkse nationaliteit en was veroordeeld voor een eenmalig drugstransport, dat hij uit geldnood samen met zijn zoon had uitgevoerd. Hij werd in de gevangenis vaak “Tante Bep” genoemd, omdat hij nogal een goedaardige, loslippige kletsmajoor was.
Verder lezen Ontvoering Gevangenisdirecteur Veenhuizen (deel 1)

Gepost op

Drugsbaron ontsnapt na ‘Hartinfarct’ en…. (Deel 2)

Inmiddels leek het wat beter te gaan met O. De bewakers konden naar huis, want de patiënt was in goede handen. Zijn ademhaling was weer rustig, de kleur op zijn gezicht kwam terug en zijn pols werd weer redelijk normaal. Kortom de symptomen waren wat afgezwakt en O. ging met een gerust hart de nacht in, evenals de artsen en de verpleging….
Ze hadden er alle vertrouwen in dat de patiënt de grootste problemen achter de rug had.
’s Morgens vroeg kwam een verpleegster als eerste even kijken hoe het met O. gesteld was, want ze zou hem voor nader onderzoek meenemen naar de onderzoekkamer, maar…
het bed van O. was leeg! Ze sloeg onmiddellijk alarm. O. was in geen velden of wegen te zien. Niemand van de afdeling had iets gemerkt. Zou hij alleen gevlucht zijn of hadden zijn relaties een bevrijdingsactie ondernomen? Er werd een landelijk opsporingsbevel uitgevaardigd, maar zelfs op de luchthavens werd geen spoor van O. gevonden. De vogel was gevlogen, hij was niet meer te achterhalen en was als van de aardbodem verdwenen.. Natuurlijk werd onmiddellijk de gevangenis in Veenhuizen gebeld, maar ook de bewakers, die na een half uur ter plekke verschenen konden niets anders doen dan vaststellen dat O. niet meer te achterhalen was.
Men boog zich vooral over de vraag waar het mis gegaan was en of dit te voorkomen zou zijn geweest. Want, hoe kon een goed bewaakte doodzieke patiënt op deze manier ontvluchten? Hij was immers op sterven na dood en de verpleging controleerde toch dag en nacht? Wat was hier aan de hand? Wie had O. van zijn bed gelicht en hoe was hij het ziekenhuis ontvlucht? Uit zichzelf zou hij daar niet toe in staat zijn geweest. Dus drong de vraag op: Was hier wel sprake van een hartinfarct? De artsen en de verpleegkundigen, niet gewend om dit soort patiënten te bewaken, stonden voor een raadsel en kwamen er niet uit…..

Weken gingen voorbij en natuurlijk werd in Veenhuizen nog veel en lang nagepraat over deze ontsnapping. Tot men er achter kwam dat O. die bewuste nacht van zijn ziekenhuisopname een middel had ingenomen dat symptomen kan opwekken, die aan een hartinfarct doen denken. Maar, hoe was dit mogelijk? Hoe kwam hij aan dit middel? Dat moest hem tijdens het bezoekuur door zijn vrouw of een handlanger toegestopt zijn. Hij had n.l. kort voor zijn “hartaanval” in de gevangenis nog nog bezoek gehad….
Alle onderzoek ten spijt, O. was iedereen te slim afgeweest.
Ongeveer een maand later kwam er een mooie ansichtkaart bij de gevangenis Norgerhaven aan. Daarop stond een foto van O., die lekker onbekommerd onder een palmboom lag te genieten van een lekker glas wijn met als opschrift: “Hartelijk dank voor uw goede zorgen….een vriendelijke groet uit het zonnige Colombia.”
In Veenhuizen werden de maatregelen voor criminele ziekenhuispatiënten en transporten onmiddellijk aangescherpt, want als het kalf verdronken is…..