Gepost op

Strafonderbreking en…Koffie Verkeerd!

In de jaren ’70 van de vorige eeuw zaten er in Veenhuizen de meest gewelddadige en zwaar gestrafte gevangenen, waaronder moordenaars, bankrovers, overvallers en verkrachters. In de begin jaren ’80 was dat niet anders. Bij goed gedrag konden ze na het uitzitten van een groot deel van hun straf proefverlof of strafonderbreking aanvragen, maar dat wilde niet altijd zeggen dat ze dan ongevaarlijk waren.
Mevrouw Pluimers was als onderwijzeres aan de gevangenis Norgerhaven verbonden en gaf geregeld les aan de gevangenen daar. Op een middag was ze aan het winkelen in haar woonplaats Assen, toen ze opeens een bekende de HEMA uit zag komen. Ze wist hem direct te plaatsen en kreeg gelijk een vreemd onderbuikgevoel over zich heen. Dat was de gedetineerde Karel B., die ze de dag tevoren nog in de gevangenis had gezien en waarvan ze wist, wat hij op zijn kerfstok had!
Karel was een onberekenbare crimineel met psychopathische trekken die vaak grof geweld gebruikte bij de misdaden die hij in het verleden had begaan. Veel vrouwen, die hij aangerand en mishandeld had, hadden daar hun leven lang een trauma aan overgehouden.
Mevrouw Pluimers wilde hem ontwijken, maar ze liep hem bijna tegen het lijf, toen ze verwonderd zei: ”Jij hier?” . Karel B. had gelijk zijn antwoord klaar: “Goede middag, mevrouw Pluimers. U had niet verwacht mij hier te zien, he? Ik heb een paar dagen strafonderbreking en ben wat aan het winkelen. Laten we samen even gezellig een kopje koffie drinken. Wat denkt u, zullen we dat hier doen, of ergens anders in de stad?”
Mevrouw Pluimers kreeg de zenuwen van die vent met zijn angstaanjagend uiterlijk. Zijn gezicht alleen al! Die boeventronie. Ze moest beroepsmatig al niets van hem hebben, laat staan dat ze met hem mee zou gaan om ergens in de stad een kop koffie te gaan drinken. En wie weet wat hij verder van plan was. Het was zaak om privé en beroep gescheiden te houden. Ze dacht koortsachtig na en had snel haar antwoord klaar. Om Karel B. niet direct voor het hoofd te stoten antwoordde ze strategisch: “Nou Karel, dat lijkt me niet zo’n goed plan. Laten we dat maar niet doen. Ik heb nog een paar afspraken en ik moet me weer voorbereiden op de lessen die ik morgen ga geven op Norgerhaven. Dus ik heb hier absoluut geen tijd voor.” En ze dacht erbij: “Dit is koffie verkeerd! Misschien goed bedoeld, maar dit kan echt niet, het is niet professioneel. Het geeft geen pas als ik met een gedetineerde buiten de poort van Veenhuizen koffie ga drinken. Trouwens ik gruwel van die vent. Wie weet waartoe hij in staat is” en ze zei: “Morgen zie ik je weer in Norgerhaven, Karel, tot dan.”
Opgelucht en nog wat beduusd dat ze B. zo maar in de stad tegen kwam, vervolgde ze haar weg en deed ze haar boodschappen voor die dag.
Mevrouw Pluimers, inmiddels gepensioneerd, denkt nog vaak terug aan de tijd, dat ze werkzaam was binnen de poorten van Norgerhaven, waar ook nu nog veel zwaar gestrafte criminelen jaren rondlopen. Ze weet maar al te goed wat er had kunnen gebeuren, als ze op die dag toegegeven had aan die zedendelinquent Karel B. met strafonderbreking.
Daarom geeft ze een wijze les mee aan iedereen, die ermee in contact komt: “Houd privé en beroep strikt gescheiden als je met criminelen werkt. Wees op je hoede en reageer professioneel als je er een tegen komt in een privé situatie. Vooral als hij te dicht in je buurt komt……”

(Om privacyredenen zijn de namen van de betreffende personen gefingeerd)

Gepost op

Ontvoering Gevangenisdirecteur Veenhuizen (3)

Hij startte de auto en ze reden weg via de A28 gingen ze richting Amersfoort. Daar kwam hen op de Veluwe een politieauto achterop en van Tuinen zag het in zijn achteruitkijkspiegel.
“Nou is het snel voorbij,” dacht hij. “Ze hebben ons gezien en ze zullen wel gewaarschuwd zijn door het personeel van Norgerhaven, dat ik gegijzeld ben.”
De politieauto reed enige tijd rustig achter de auto van Van Tuinen, en K. had niets in de gaten.
Even later, nog voor Hoevelaken, gebeurde er iets opmerkelijks. De politieauto stoof de Volvo met Van Tuinen en zijn belager met een noodgang voorbij zonder oog te hebben voor wat hier gaande was.
K. schrok en brieste: “Door naar Amsterdam, Vondelpark! En doe precies wat ik zeg.”
Van Tuinen deed wat van hem verlangd werd en de reis verliep verder zonder calamiteiten. In Amsterdam overwoog Van Tuinen, terwijl ze voor een verkeerslicht stonden te wachten, zich uit de auto te laten vallen, maar hij bedacht zich.
Ze naderden het Vondelpark. “Stop hier! Achter het stuur zitten blijven!” dreigde K. Daarop deed hij de achterklep open, haalde de sleepkabels uit de kofferbak en bond daarmee van Tuinen aan handen en voeten vast, zodat hij zich amper meer kon bewegen. K. verdween daarop in het Vondelpark in de richting van het OLV Gasthuis, terwijl hij de overjas en de portemonnaie van zijn slachtoffer meenam en hem daarna in onmacht in de auto achterliet.
Van Tuinen riep uit alle macht om hulp, maar er was niemand in de buurt. Hij probeerde zich los te werken, maar daardoor drukte de sleepkabel steeds dieper en pijnlijk in zijn armen en benen. Toch kreeg hij enige bewegingsvrijheid, doordat de sleepkabel wat losser om zijn handen kwam. Uiteindelijk lukte het hem na een minuut of tien om het portier te openen. Daarop liet hij zich uit de auto vallen en riep zo hard hij kon om hulp: “Ik ben directeur van een gevangenis in Veenhuizen, ik was gegijzeld, maak me los alsjeblief!”
Een vrouw die met haar baby in de kinderwagen een wandeling maakte in het park schrok daar hevig van. Zij voelde dat hier sprake was van een misdaad. Ze vond het eng en durfde Van Tuinen niet zo maar uit zijn benarde positie te bevrijden. “Alstublieft, bel dan in ieder geval de politie,“ schreeuwde van Tuinen haar toe.
De vrouw stapte haastig naar de dichtstbijzijnde telefooncel en belde de politie met de mededeling: “Hier ligt iemand met handen en voeten gebonden, roept om hulp en zegt dat hij de directeur is van een gevangenis in Veenhuizen.”
De politie reageerde onmiddellijk en stuurde direct enkele auto’s met loeiende sirenes op pad met de boodschap: “Ga naar het Vondelpark. Daar ligt de directeur van een gevangenis in Veenhuizen aan handen en voeten gebonden.”
De Telegraaf, altijd in voor dit soort sensatie, pikte de boodschap op en een journalist belde direct daarop naar de gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen. Dat telefoontje kwam binnen bij hoofdbewaarder O.: “De directeur in het Vondelpark in Amsterdam? Die was vanmiddag nog hier. Die is niet die van ons in Norgerhaven, hoor! Dat zal de directeur van Esserheem wel zijn”, was zijn reactie. Even later ging de telefoon weer. “Nee, het is echt de directeur van Norgerhaven”, meldde de journalist aan hoofdbewaarder O.
Die begon te twijfelen en besloot even te gaan kijken of Van Tuinen in zijn werkkamer zat. De deur was op slot. O. begaf zich naar de buitenportier, om te informeren of Van Tuinen het gebouw had verlaten. Deze raadpleegde zijn boek, waarin hij alle bewegingen moest noteren. “Ja de heer Van Tuinen heeft rond 13.15 uur de gevangenis verlaten, in het gezelschap van gedetineerde K.”
Van Tuinen vertelde inmiddels aan de politie, wat hem was overkomen en werd daarop in een politieauto van Amsterdam naar Groningen, zijn woonplaats, gebracht. Zijn auto moest enkele dagen in Amsterdam blijven voor sporenonderzoek.
Het huis van K.’s vriendin werd in Rotterdam drie maanden lang geschaduwd, totdat K. tegen de lamp liep. Bij de eerste keer dat hij haar wilde bezoeken werd hij opgepakt.
Over de vraag hoe dit allemaal mogelijk was en het feit dat het zo lang geduurd had, voordat iemand ervan doordrongen was dat hier onopgemerkt een van de meest geruchtmakende ontvoeringen had plaatsgevonden, heeft men zich nog lang verbaasd bij het ministerie van Justitie.
Natuurlijk werden daarna de touwtjes aangehaald, zodat dit niet meer kan gebeuren, maar zoals altijd gold ook hier: “Als het kalf verdronken is, dempt men de put” en “Gelegenheid maakte de dief.” En dat alles door het ontbreken van dat ene getekende briefje…….

Eind november 1981 moest Van Tuinen voor de rechtbank in Assen verschijnen. De gedetineerden-commissie van Norgerhaven had de directie van de gevangenis voor de rechter gesleept, omdat gedetineerden wilden afdwingen dat elke gedetineerde een televisie in zijn cel mocht hebben.
De rechter zei tegen Van Tuinen: “U bent de gedaagde, de heer Van Tuinen, directeur van de gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen. Ik neem aan dat u hier op vrijwillige basis bent.” De toehoorders gniffelden en keken elkaar veelbetekenend aan.…

Gepost op

Ontvoering Gevangenisdirecteur Veenhuizen (deel 2)

D. bleef achter en dacht: “Hij meer haast hebben dan ik.” Hij voelde dat er iets niet in de haak was, maar legde zich erbij neer. Maar toen het hem te lang duurde en hij niet werd binnengeroepen, begon D. argwanend te worden. Van Tuinen was een precieze man, die zou hem toch hebben gewaarschuwd als hij geen tijd voor hem had.
Dus klopte D. op de deur bij de binnenportier om zijn ongerustheid met de portier te delen. “Och”, zei de portier, “Van Tuinen heeft meer hersens dan jij en ik samen, die weet wat hij doet.”
Inmiddels kreeg de situatie in de werkkamer van directeur van Tuinen een gevaarlijke wending….
K., eenmaal binnen, haalde in een flits een door hem zelf als een mes zo scherp geslepen beitel onder zijn kleding vandaan en zette die op de keel van de directeur met de woorden: ”Jij doet precies wat ik zeg, geen onverwachte bewegingen, anders sla ik toe en kom je hier niet levend weg.” Van Tuinen schrok hevig en werd lijkbleek. Hij had geen enkele kans. Hij was niet gewapend, dus kon hij ook niet anders dan zijn belager gehoorzamen. Daarom nam hij zich voor om steeds precies aan te geven wat hij van plan was. Dus zei hij: ”OK, ik zal doen wat je wilt en geef van tevoren aan wat ik doe.”
Met het scherpe voorwerp constant op de keel van Van Tuinen brieste K.: “We gaan zonder problemen langs de buitenportier naar jouw auto. Geen kik, doe normaal tegen de portier, anders loopt het slecht met je af.”
Van Tuinen dacht na en zei bedachtzaam: “OK, dan doe ik nu mijn jas aan en gaan we naar mijn auto.”
K. pakte de directeur bij de arm, drukte met de scherpe punt van de beitel tegen zijn lichaam en snauwde: “OK, we gaan en je blijft strak naast me lopen.” Van Tuinen dacht aan mogelijke kansen om aan K. te ontkomen, maar besloot voorlopig om K. nauwlettend te gehoorzamen en hem langs de buitenportier te loodsen.
Ze liepen samen naar de poort. Van Tuinen leverde zijn sleutelbos in bij de buitenportier en zei dat hij hierbij K. toestemming gaf de gevangenis te verlaten. De portier toonde geen argwaan. Hij dacht: “Ik heb daar geen schriftelijke melding van, maar de directeur geeft mondeling toestemming dat K. Norgerhaven mag verlaten, dat is hetzelfde als een schriftelijke toestemming van de directie.”
Het was 13.15 uur. Samen liep het tweetal onopvallend naar de Volvo van Van Tuinen. Eenmaal daar siste K.: “Rustig je auto in. Starten jij, rustig rijden …. weg hier en richting Assen!”
Van Tuinen kookte innerlijk van woede en angst, maar liet dat niet merken. Hij wachtte op een moment om het portier open te doen en de auto uit te springen, maar hij wachtte op een goede kans op het juiste moment.
Constant voelde hij de scherpe beitel pijnlijk in zijn zij prikken, dus besloot hij voorlopig maar beter gevolg te geven aan de opdrachten van K…..(wordt vervolgd)