Gepost op

Criminelen vluchten met Ford Anglia en meer….

Met een paar duizend gevangenen in een relatief kleine ruimte was het natuurlijk niet altijd pais en vree in de gevangenis. Er was regelmatig onrust en niet iedere gedetineerde wenste zijn straf volledig uit te zitten.
Vluchtpogingen waren nogal eens in het nieuws. In een open gevangenis zoals Veenhuizen, waar gewerkt werd in de tuinen, op het land of in een werkplaats, waren de mogelijkheden om te vluchten natuurlijk veel groter dan in een afgesloten cellencomplex.
De gevangenen hadden het recht tot ontvluchten en daar werd dan ook dapper en dankbaar misbruik van gemaakt. Daar zat de bewaking natuurlijk niet op te wachten, want het was hun taak de mannen binnen de poorten te houden.
Het was voor de bewaking niet eenvoudig om de plannen van de deserteurs te doorgronden en ze een stap voor te blijven.
Zo zijn diverse originele vluchtpogingen ondernomen en redelijk vaak met het gewenste succes. Een ervan was wel heel spectaculair……

De gestichten hadden een onderwijzer die de gevangenen onderwees in allerlei voor hen belangrijke zaken waar ze rekening mee moesten houden als ze weer in de burgermaatschappij terug zouden keren.
De heer Wijga was hiervoor als leerkracht in het kader van de Reclassering aangewezen door Justitie. Deze gevangenisonderwijzer woonde aan de Eikenlaan en hij was een van de eersten in Veenhuizen die een nieuwe auto had; een Ford Anglia 1962. Dat was een bezienswaardigheid en je hoefde je niet af te vragen, wat de buurman daar van vond. Wat zou zo’n leraar wel niet verdienen…hoe kwam hij aan zoveel geld om zo’n mooie auto te kopen…waar deed hij dat van. Jaloezie en afgunst was aan de orde van de dag in Veenhuizen.
Wijga was apetrots op zijn auto en vertelde aan iedereen hoe de auto technisch in elkaar zat, hoe comfortabel die wel geveerd was en hoe hard die kon rijden. Hij was lyrisch over de technische snufjes van zijn Anglia.

Zo waren 3 zware gestrafte criminelen van de tuinploeg na het werk o.l.v. een bewapende GeWa op de terugweg naar de gevangenis. Ze kwamen langs de Eikenlaan en zagen dhr. Wijga, hun reclasseringsleraar, bezig met zijn Ford Anglia. “Wat een mooie auto, meneer Wijga!” zei een van de 3 mannen. “U heeft er ook wel een beetje verstand van, zeker?  Wijga haalde niets vermoedend het instructieboekje erbij en vertelde de mannen over de techniek en de rijeigenschappen van de Anglia. Daar zag de GeWa geen kwaad in en liet ze maar even begaan.
Wijga liet ze zien waar het contact zat, hoe dat in verbinding stond met de startmotor, etc. Hij legde tot slot nog even uit hoe de vier versnellingen werkten. Ze mochten zelfs even achter het stuur plaatsnemen. Vol bewondering dankten de drie hem vriendelijk voor de uitleg en gingen onder begeleiding van de GeWa terug naar het gesticht.
De eerste twee weken was het stil rond de drie mannen. Er gebeurde niets bijzonders, ze werkten gewoon net als anders bijna elke dag in de tuinen van de ambtenaren.
In die tijd kon je de auto nog zonder sleutel starten als je twee draadjes van het contactslot met elkaar verbond. Dat was nou juist wat de drie gedetineerden op het oog hadden. Ze hadden van Wijga gezien waar die draadjes zaten.

Het was nacht, een uur of drie en pikdonker. De drie gedetineerden hadden hun zaak goed voorbereid en braken midden in de nacht uit de gevangenis. Ze hadden tevoren in gedeelten een tralie doorgezaagd en twee andere verbogen. Een voor een klommen ze naar buiten en in een ogenblik stonden ze buiten. Daarna zwommen ze ongezien de gracht over, klommen over het hek en slopen voorzichtig naar de Eikenlaan (ca. 300 m.), waar de Anglia van Wijga stond.
De auto stond op slot, maar met een stevige draad hadden ze het portier snel open. Aan de Eikenlaan bleef alles donker…..Ongezien duwden ze de auto een eindje de laan op om geen slapende honden wakker te maken. Ze hadden al snel de twee draadjes gevonden die ze nodig hadden om de auto te starten. Dat lukte allemaal zonder dat ook maar iemand wat gehoord of gezien had. Opgelucht sprongen ze de auto in en sloten de deuren. Dankzij de goede instructie van hun leraar hadden ze ook geen moeite met de versnelling en verlichting en daar gingen ze…de vrijheid tegemoet. In een paar minuten waren ze al in geen velden of wegen meer te zien. Het leidde tot een geslaagde uitbraak. Die drie hebben Veenhuizen nooit weer gezien…..

Veenhuizen was geïsoleerd van de buitenwereld. Je kwam er niet binnen als je er niets te zoeken had. De Hoofdweg was de enige weg, waar iedereen ongestraft kon komen. Daarom vonden de meeste vluchtpogingen plaats op de Hoofdweg via een rijdende of stilstaande auto. Dat werd natuurlijk vooraf goed voorbereid. In het geheim werd een plaats afgesproken waar de gevangene opgepikt zou worden door een familielid of bekende. De chauffeur hoefde dan de deur maar open te doen, de gedetineerde binnen te laten en gas te geven.

De gedetineerden werden elke werkdag s’morgens vroeg onder bewaking van een paar gewapende GeWa’s en een voorwerker afgemarcheerd naar de landerijen. Dat ging gedeeltelijk via de Hoofdweg. Daar kon op een afgesproken moment een auto langs de groep rijden en snel iemand oppikken.
In het andere geval maakte een gevangene een korte sprint naar een afgesproken plaats, waar een auto stond te wachten. In beide gevallen was de verwarring groot en voor ook maar iemand reageerde, was de deserteur al buiten schootsafstand van de GeWa. Dat was vaak succesvol en als de deserteur niet in herhaling viel, kon hij jarenlang uit handen van Justitie blijven……

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *