Posted on

“Sprietje” en de Softenon Psychopaat” (2)

De cel van Nosch was nog steeds een beestenbende. De vieze troep lag kris kras door elkaar en de bewakers trokken hun neus op voor de enorme stank die uit zijn cel kwam,” zegt Jan Sprietman en vervolgt:
“Op een ochtend bij het ontsluiten van de cellen werd hem door de directie te verstaan gegeven dat hij binnen een uur zijn cel moest opruimen.
Nosch was dat helmaal niet van plan. Zijn ogen flikkerden en straalden haat uit en vijandschap. “Het is mijn cel, ik bepaal wat erin staat en wat ik ermee doe, daar hebben jullie geen zak mee te maken,” was zijn verweer. Hij wond zich verschrikkelijk op en zijn ogen spoten vuur. Daarbij liep zijn gezicht rood aan van nijd. Hij had het schuim op de mond en er trok een waas voor zijn ogen. Daar stond hij, met die enorme arm en zijn softenon-armpje. Eigenlijk moest je medelijden hebben met hem, maar daar was het moment niet voor. Zijn borst en arm zwollen op als bij een briesende stier. Hij balde zijn grote vuist en kwam recht op me af. Ik voelde me als David tegenover Goliath. Hij had dan wel geen wapen in de hand, maar ik ook niet. Ik was maar een klein mannetje vergeleken met hem en toch ik was niet bang voor hem…
Ik kon twee dingen doen: weglopen of pal voor hem gaan staan. Ik koos voor het laatste. Ik keek hem recht in de ogen en zei luid en duidelijk: “Nou moet je goed luisteren, Nosch. Jij gaat je rommel opruimen en dan is de zaak hiermee afgedaan. Dan laten we dit zo, dan maak ik hier geen rapport van op.
Nosch leek eieren voor zijn geld te kiezen. Hij bleef staan waar hij stond en het was of hij leegliep terwijl hij zich ontspande. Dat waren spannende momenten voor mij,” zegt Jan, “want Nosch was in zijn reacties zo onberekenbaar dat je moest oppassen als je iets tegen hem zei, dat hem niet zinde. Dan kon hij rake klappen uitdelen met die ene vuist. Maar kennelijk had Nosch mij begrepen. Hij gromde nog wat onverstaanbaars en met gepaste tegenzin ruimde hij zijn cel op. Dat betekende wel dat het vuil van de ene kant van zijn cel naar de andere kant werd gesleept, maar toch, we begrepen elkaar. Nou ja, zijn cel was en bleef een puinhoop.
Een paar dagen later heb ik hem nog eens gevraagd waarom hij zo opstandig was tegen mij en wat hij van plan was.
“Nou, jullie altijd met je rot opmerkingen over mijn cel, ik was het er niet mee eens en wilde de directeur spreken. Jij stond me in de weg, Spriet en je hebt geluk gehad. Ik had je in elkaar kunnen slaan op dat moment, maar ik kon het niet. Anders had je nu voor Pampus gelegen.”
Het is of Jan dit voorval opnieuw beleeft. Hij zucht nog eens en zegt: “Als ik nou eens voor de eerste optie gekozen had en weggelopen was? Wat zou Nosch gedaan hebben? Ik heb het hem niet gevraagd, maar ik weet zeker dat mijn keus de juiste was.
Ik kon later lezen en schrijven met hem. Hij deed precies wat ik wou.” Jan aarzelt even en zegt: “Nou, dat was dat en dan moet ik je ook nog vertellen dat verhaal van die razende Oostenrijker……………”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *