Posted on

Drugsbaron ontsnapt na ‘Hartinfarct’ en….. – deel 1

Het was eind jaren ’70 van de vorige eeuw. De gevangenissen in Veenhuizen waren druk bezet met zwaar gestrafte criminelen van verschillende nationaliteiten. Een van de bewakers vertelde mij dat het er meer dan 70 waren.


Sommige lang gestrafte gedetineerden kregen of kochten bepaalde voorrechten. Waar ze het geld vandaan kregen tijdens hun detentie was veelal onbekend, al wist men dat sommigen over enorme vermogens beschikten. Tijdens de bezoekuren werd, ondanks de scherpe controle, door de bezoekers veel geld en drugs toegestopt aan de gevangenen. Voor geld was ook in de gevangenis van Veenhuizen bijna alles te koop.

Een enkeling kreeg zelfs toestemming om tijdens het weekend zijn vrouw en kinderen te bezoeken. Zo lukte het de beruchte Colombiaanse drugsbaron O. om tijdens de weekends af en toe naar de camping “Het Goudmeer” in de Weperpolder (2 km van Veenhuizen) te gaan, waar zijn familie verbleef.

O. had vele miljoenen verdiend in de drugshandel en dat toonde hij graag waar mogelijk aan iedereen binnen de poort. Zo was hij vaak opzichtig gekleed in een dure, patserige bontjas. Hij had al een aantal jaren uitgezeten, maar kwam de eerste jaren nog niet op vrije voeten.

O. had al vele manieren bedacht om aan het gevangenisregime te ontsnappen, maar telkens moest hij toegeven dat wat hij van plan was, te riskant was en hem zelfs extra straf zou kunnen opleveren. In de ogen van de bewakers was O. niet vluchtgevaarlijk, maar toch hield men er op de een of andere manier rekening mee, dat hij vanwege zijn rijkdom een bevrijdingsactie op touw zou kunnen zetten, zonder dat iemand dat in de gaten zou hebben.

Maar elke keer keerde O. na de bezoekjes aan zijn familie onder begeleiding van twee GeWa’s braaf naar zijn cel terug. Hij deed wat er van hem verwacht werd en de bewakers hadden geen kind aan hem.

Op een nacht rinkelde er een bel. Noodgeval! Het kwam uit de cel van O., die op de alarmknop gedrukt had. Haastig kwam een bewaker kijken wat er met hem aan de hand was. Hij zag onmiddellijk dat O. lijkbleek was en in grote ademnood verkeerde. Dat vond hij dermate levensbedreigend, dat hij onmiddellijk de dokter belde. Die constateerde dat O. een zwaar hartinfarct had. Snelheid was geboden. Normaal zou O. overgebracht worden naar het speciale gevangenisziekenhuis in Scheveningen, maar daar was geen tijd voor. Dat zou O. in zijn toestand zeker niet halen, dus werd het Wilhelmina ziekenhuis in Assen verkozen.

Daar aangekomen werd hij, met het oog op de privacy voor andere gevangenen, op een eenpersoonskamer geplaatst. De bewaking zag het niet als een probleem om hem alleen te laten. Zo’n doodzieke patiënt had volgens hen genoeg aan zichzelf en was niet vluchtgevaarlijk. Maar niets bleek minder waar………

(wordt vervolgd)

Deel (2) volgt over ca 2 weken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *