Gepost op

Ruggenkruipers en Hielenlikkers

Mijn ouders maakten van 1938 tot 1962 deel uit van de Veenhuizer gemeenschap. We woonden op de Hoek Oude Gracht no.5, dat onderdeel was van het oude Tweede Gesticht, dat nu als Gevangenismuseum dienst doet. Met het gezicht naar de Oude Poort stond ons huis op de linker hoek van de Oude Gracht, tegenover het Slachthuisje. Ik herinner me nog een paar woningen in hetzelfde rijtje, waar o.a. de familie Kobus woonde. Daarnaast had je de Sparwinkel en dan de Oude Poort.

boevenbusAan de andere kant van de Oude Poort had je kapper Plomp en het Postkantoor. Voor de rest waren naast ons de werkplaatsen ingericht voor de gevangenen. Het huis kregen mijn ouders toegewezen na hun huwelijk in 1939. Mijn vader werd daar in 1938 ambtenaar. Hij was gevangenen bewaarder, ook wel zaalopziener genoemd en draaide zijn diensten in het gesticht Esserheem. Dat is de nieuwe naam voor het Tweede Gesticht ook wel Veenhuizen 2 genoemd. Het cellencomplex „De Rode Pannen” lag op ca. 80 meter schuin tegenover onze woning en de gevangenis Esserheem op ca. 300 meter schuin achter ons, zodat Pa dagelijks lopend naar zijn werk kon.

IMG_0317Hij was ambtenaar…..Een luizenbaantje, zou je denken. Maar zo zag hij het niet. Hij had dagelijks te maken met allerlei soorten criminelen en moest elk moment op zijn tellen passen. Hij was cipier, bewaker over streng gestraften. Veenhuizen was een open gevangenis, dus de gedetineerden zaten niet de hele dag opgesloten, maar deden ook werk op het land of in de werkplaatsen. s’Avonds kwamen ze terug van het werk. Dan begon het echte werk van de zaalopziener. Hij moest altijd op zijn hoede zijn voor een onverwachte aanval van een of andere onberekenbare misdadiger. Hij stond zijn mannetje en was streng maar rechtvaardig tegenover de gedetineerden. Hij had over het  algemeen weinig last van de gevangenen. Ze begrepen hem en ze gehoorzaamden, ook al waren ze het soms niet met hem eens. Hij kon overtuigend optreden als er een twist tussen gevangenen uit de hand liep. Hij zag dingen in de gevangenis die het daglicht niet konden verdragen zoals mishandeling van weerbarstige gevangenen. Daar mocht hij niet over praten. Hij deed dat pas veel later, toen hij Veenhuizen al lang verlaten had. Dat deel van zijn werk was soms best zwaar, maar Pa had moeilijkheden op een ander vlak tijdens zijn werk.

Hij kon in het algemeen goed opschieten met zijn collegae en noemde vaak “Dikke Jan Postma”, Seetz, Haver en Vogelzang als voorbeeld. Maar hij haatte de  mentaliteit van bepaalde  ambtenaren en stak dat niet onder stoelen of banken. Hij noemde het de “Ruggenkruipers”, “Ellenboogwerkers” en “Hielenlikkers”. Zo zag hij zijn collegae, die over de rug van anderen  promotie maakten. Dat waren over het algemeen mannen met een geringe vooropleiding, zonder ervaring en die naast hun schoenen liepen van verwaandheid. Hij doelde op de ambtenaren die omhoog vielen bij gebrek aan gewicht. Dat waren de nietsnutten, de likkers en slijmerds, die geen knip voor de neus waard waren. Pa kon er niet tegen, dat juist deze nietsnutten promotie maakten, terwijl degenen, die er qua kennis en ervaring het meest voor in aanmerking kwamen, geen kans maakten. Daarbij vertelde hij vaak over de jaloezie onder de ambtenaren. Je wist van iedere ambtenaar wat hij verdiende. Je collega in dezelfde rang verdiende net zoveel als jij. Maar…de een kon meer met zijn geld dan de ander en daarom was “Het gras van de buurman altijd groener… in gevangenis Veenhuizen…”.

5 gedachten over “Ruggenkruipers en Hielenlikkers

  1. De Seetz in dit verhaal is mijn Opa Jan die met zijn gezin van negen kinderen naast de familie Straatman woonde. Lien Straatman is getrouwd met Chris Seetz, dat waren mijn ouders

    1. Hallo Ria.
      Boeiend verhaal. I.v.m. stamboomonderzoek wil ik graag kontakt met je!
      email stamspin@home.nl

      1. zie nu pas het bericht i.v.m drukke tijd.
        mailadres ria.marchand@gmail.com

  2. Hallo dit is Frans Hofstede, zoon van Dora Seetz, dochter van Jan Willem Seetz, hoofdbewaarder in Veenhuizen. Dora Seetz was getrouwd met Gerard Hofstede, gestichtwacht in Veenhuizen en later in 1954 overgeplaatst naar Leeuwarden als drukker/zetter in de Leeuwarder gevangenis.

    1. Hallo Frans. Dat is leuk. Dora heb ik gekend evenals je opa en oma, die goede vrienden waren van mijn ouders. Ze kwamen regelmatig bij elkaar te kaarten aan de Kerklaan of in de Weperpolder, de “Sint Jozefhoeve”. Daar hebben we tot 1962 gewoond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *