Posted on

Persbericht: “Koloniën van Weldadigheid” waarom Werelderfgoed?

In 2018 is het 200 jaar geleden dat de Maatschappij van Weldadigheid o.l.v. Generaal van den Bosch werd opgericht. Die omvatte een 7-tal koloniën waaronder Frederiksoord, Merksplas (B) met Veenhuizen als proefkolonie.
Maar om afgelegen plekken, waar ze vanaf 1818 bedelaars en wezen naar toe brachten, te verheffen tot Werelderfgoed? Dat lijkt op het eerste gezicht een brug te ver.
Toch was het idee van Generaal van den Bosch om armoede te bestrijden als ook de opzet en uitvoering van zijn plan ongeëvenaard in de hele wereld.
Veenhuizen, Merksplas en Frederiksoord bundelden hun krachten en dienden voor dit bijzondere project van zelfvoorziening een uitvoerig dossier in bij UNESCO.
In juli 2018 zal de beslissing vallen of de Koloniën van Weldadigheid als Werelderfgoed zullen worden aangemerkt.

De meest bekende van de koloniën is Veenhuizen, ook wel “de Kolonie” genoemd. Je kwam er tot diep in de jaren ’80 van de vorige eeuw niet in als je er niets te zoeken had. De bevolking bestond uit louter gevangenen en ambtenaren (meest bewakers). Ze hadden een geheimhoudingsplicht. Veenhuizen was een mysterie en geraakte in verval. Steeds was er sprake van sluiting van de gevangennissen en afbraak van de monumentale panden. Totdat de bewoners, de gemeente en de provincie hiertegen in opstand kwamen. Veel monumenten bleven gespaard van de slopershamer, maar Werelderfgoed?

Veenhuizen was onder leiding van Generaal van den Bosch een zelfvoorzienend dorp waarbij de drie gestichten, de werkplaatsen, boerderijen en fabrieken met hulp van de gedetineerden werden gebouwd en gerund. Zij waren daarbij in hun levensonderhoud bijna geheel zelfvoorzienend.
In 1853 raakte de Maatschappij van Weldadigheid in geldnood. Het Rijk nam vanaf dat moment de taken over, tot Justitie in 1875 van de gestichten gevangenissen maakte.
In Veenhuizen worden tot op de dag van vandaag nog zwaar gestrafte misdadigers gedetineerd.

Mijn belangstelling voor Veenhuizen is niet van gisteren op vandaag. Mijn voorouders maakten al sinds ca. 1910 deel uit van de gemeenschap in Veenhuizen. Mijn vader werd er in 1938 gevangenbewaker en mijn ouders kregen een bewakerswoning in het oude Tweede Gesticht.
Als geboren Veenhuizenaar ben ik steeds nauw verbonden geweest met “de Kolonie.”
Als men mij vraagt wat me het meest boeide in al die jaren, dan waren het wel de geheimen van de bewakers. Ik vroeg me steeds af: “wat maakten ze mee in de gevangenis, wie zaten er, hoe waren hun leefomstandigheden, wat gebeurde er binnen de poorten?” De verhalen bleven onder de pet en tot diep in de jaren ’80 was het dorp nagenoeg geïsoleerd van de buitenwereld.
Waren de ambtenaren tot hun 65e verplicht om in Veenhuizen te wonen, daarna moesten ze het dorp verlaten en durfden sommigen hun ervaringen met mij te delen.
Hun boeiende verhalen plaatste ik op mijn site www.bajesverhalen.nl en ik schreef er twee boeken over. Hoe meer ik me in de historie van Veenhuizen verdiepte, des te meer was ik ervan overtuigd dat “De Kolonie” het verdiende om Werelderfgoed van UNESCO te worden, want nergens anders ter wereld werd zelfvoorziening in een dorp van ca. 3000 bewoners zo ver doorgevoerd als in Veenhuizen. Het dorp werd een voorbeeld voor de armoedebestrijding in Nederland en telt meer dan 100 monumenten.
De Koloniën van Weldadigheid bestaan in 2018 tweehonderd jaar. Of hun gezamenlijk ingediende dossier voldoende is voor Werelderfgoed, hangt af van de beslissing van UNESCO.
Het jaar 2018 zal niet ongemerkt voorbijgaan. Er zijn diverse plannen om het 200 jarig bestaan te vieren. Deze zullen zeker een extra tintje krijgen als “De Koloniën” met het bijzondere BajesDorp Veenhuizen de titel Werelderfgoed zullen krijgen.

——————————————-Einde Persbericht—————————————————————

(Curriculum vitae van de schrijver van dit artikel)

Clemens Henricus Joseph van den Brink werd op 6 maart 1940 geboren in Veenhuizen in het oude Tweede Gesticht aan de Oude Gracht no.5 (nu deel van het Gevangenismuseum).
Zijn vader was voor en gedurende de Tweede Wereldoorlog acht jaar bewaker in de gevangenis van Veenhuizen. Zelf maakte hij tot zijn 22e deel uit van de gemeenschap daar en was steeds nauw verbonden met Veenhuizen.
Na zijn HBS-B diploma behaald en zijn dienstplicht vervuld te hebben, kwam hij in dienst bij het farmaceutische bedrijf Pfizer, waar hij een gedegen opleiding in fysiologie, pathologie en anatomie kreeg. Vervolgens werd hij artsenbezoeker, specialisten-bezoeker en manager van het specialisten-team voor alle ziekenhuizen in NL.
In 1990 kreeg hij de functie Managing Director bij Bional Pharma B.V. en schreef hij gedurende 10 jaar het kleurmagazine Naturalia met een oplage van 4,8-5.0 miljoen (5x per jaar). Het blad werd vertaald en verspreid in 7 andere landen.
Als geboren Veenhuizenaar wilde hij weten, wat de verborgen geheimen waren achter de deuren van de gevangenissen van Veenhuizen, maar de bewakers hielden hun mond tot hun 65e.
Mede daarom nam hij na hun pensionering, als ze Veenhuizen hadden verlaten, contact met ze op over hun ervaringen. Zo kreeg hij ook inzicht in de historie van het dorp.
Zelf maakte hij in zijn leven veel van de ontwikkelingen in Veenhuizen van dichtbij mee.
Zijn eigen ervaringen en ontdekkingen met die van “Oud Kolonialen” hebben hem ertoe gebracht om de historie en de verhalen op zijn site www.bajesverhalen.nl te plaatsen. Daar kwam zoveel reactie op dat hij resp. in 2015 en 2017 twee boeken “BAJESVERHALEN VEENHUIZEN” (268 pag.’s) en “De Geheimen van BajesDorp VEENHUIZEN 1818-2018” (345 pag.’s) heeft geschreven en uitgegeven. Beide boeken zijn verkrijgbaar via de site en de reguliere boekhandel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *