Posted on

Hellup! Die Piloot wil me vermoorden!

(naar een verhaal van een ex-GeWA)

Op een mooie dag was ik als werkmeester belast met het begeleiden en bewaken van een groep gedetineerden, die op het land van de gesticht-tuin werkte. Daar werden van ouds in het kader van de zelfvoorziening  talrijke groenten voor de vier gestichten verbouwd. We moesten op die dag witlof-pennen rooien. De gevangenen waren druk aan het werk en toch moest ik waakzaam blijven. Sommigen waren nl. vluchtgevaarlijk. Tijdens het werk was het zaak om mijn ogen goed de kost te geven want er zou zomaar een ongemerkt de benen kunnen nemen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een deserteur een flinke voorsprong op kon bouwen voordat er alarm geslagen werd. Met name gebeurde dat, als een bewaker even afgeleid was wanneer een van de gevangenen zijn aandacht vroeg.  Juist tijdens het werk op de landerijen gebeurde het in de jaren ’50-’60 vaak, dat een gedetineerde ontsnapte. Meestal wisselde hij daarna snel van kleding, die hij te voren van een waslijn had gestolen en op een geheime plaats (b.v in het bos) verstopt had. Dan kon hij zomaar als burger in het niets verdwijnen….

“Dat zal mij niet gebeuren,” dacht ik en ik hield de groep scherp in de gaten.
Opeens dook daar een vliegtuigje laag over de velden. Daarna steeg het snel boven de hoge populieren om bijna in een duikvlucht bijna loodrecht naar beneden te duiken tot een meter of vier boven de aardappelvelden.
Een van de gedetineerden Bernard H. vroeg me: “Wat is dat voor een gek?” Ik verzon ter plekke een antwoord dat me goed van pas kwam als bewaker van de groep en zei: “Dat is de GeWa, die het loof van de aardappels dood sproeit. Daarbij houdt hij vanuit de lucht een oogje in het zeil, om te voorkomen dat er gevangenen ontvluchten. Als dat gebeurt, hebben ze de deserteur zo te pakken. Het vliegtuig heeft  wapens aan boord en kan je zo neer leggen, als je de benen neemt.”
Dat maakte kennelijk indruk op hem. Bernard ging weer aan het werk. Maar daar kwam het vliegtuig alweer. Het dook ineens omlaag en recht over ons heen. Bernard zwaaide driftig naar de piloot en terwijl hij zijn middelvinger naar hem opstak, dook hij naar de grond met de woorden: “Wat een klootzak, hij wil me vermoorden!”
Door met de vleugels heen en weer te zwaaien gaf de piloot te kennen dat hij het gezien had en verdween weer achter de populieren. Daar kwam het toestel voor de derde maal aanvliegen, kennelijk om een aanloop te nemen voor de aardappelvelden. Als bij een kamikazepoging dook het tot vlak boven onze groep…..
De gedetineerden sprongen alle kanten op en Bernard zette het op een lopen in de richting van de loods terwijl hij schreeuwde: “Die piloot wil me vermoorden, help, hellup!” Het vliegtuig vloog nog een aantal keren vlak over de loods, waar Bernard zich inmiddels verstopt had. Een minuut of tien later, toen het geluid van het vliegtuig niet meer te horen was, kwam hij lijkbleek en sidderend onder het afdak van de loods vandaan en liet me weten: ”Werkmeester, wat heb ik geluk gehad dat ik hem te slim af was, he? Hij had me bijna te pakken. Wat een klojo, maar hij heeft me gelukkig niet geraakt…..”

Koop nu “Bajesverhalen Veenhuizen” op ww.bajesverhalen.nl/shop
met ca. 90 Bajesverhalen, die nooit verteld werden vanwege geheimhoudingsplicht van de bewakers.

een greep uit de recensies:

“Wat een mooi boek. Jammer dat ik het uit heb” Jose Kroesen-Hankel, Sappemeer)

Dagblad van het Noorden (DvhN 18-7-15) “Lees deze kostelijke geschiedenis vanaf pagina 119”.

“Mooi boek, heb ik” (Andre Lageveen, Joure)

“Het ene boek uit, super geschreven! Nu het andere nog!!”(Jantien Stek)

“Wat heb jij mooie verhalen bij elkaar gesprokkeld” (Piet Mentrop, Den Haag)

Posted on

Persbericht: “Koloniën van Weldadigheid” waarom Werelderfgoed?

In 2018 is het 200 jaar geleden dat de Maatschappij van Weldadigheid o.l.v. Generaal van den Bosch werd opgericht. Die omvatte een 7-tal koloniën waaronder Frederiksoord, Merksplas (B) met Veenhuizen als proefkolonie.
Maar om afgelegen plekken, waar ze vanaf 1818 bedelaars en wezen naar toe brachten, te verheffen tot Werelderfgoed? Dat lijkt op het eerste gezicht een brug te ver.
Toch was het idee van Generaal van den Bosch om armoede te bestrijden als ook de opzet en uitvoering van zijn plan ongeëvenaard in de hele wereld.
Veenhuizen, Merksplas en Frederiksoord bundelden hun krachten en dienden voor dit bijzondere project van zelfvoorziening een uitvoerig dossier in bij UNESCO.
In juli 2018 zal de beslissing vallen of de Koloniën van Weldadigheid als Werelderfgoed zullen worden aangemerkt.

De meest bekende van de koloniën is Veenhuizen, ook wel “de Kolonie” genoemd. Je kwam er tot diep in de jaren ’80 van de vorige eeuw niet in als je er niets te zoeken had. De bevolking bestond uit louter gevangenen en ambtenaren (meest bewakers). Ze hadden een geheimhoudingsplicht. Veenhuizen was een mysterie en geraakte in verval. Steeds was er sprake van sluiting van de gevangennissen en afbraak van de monumentale panden. Totdat de bewoners, de gemeente en de provincie hiertegen in opstand kwamen. Veel monumenten bleven gespaard van de slopershamer, maar Werelderfgoed?

Veenhuizen was onder leiding van Generaal van den Bosch een zelfvoorzienend dorp waarbij de drie gestichten, de werkplaatsen, boerderijen en fabrieken met hulp van de gedetineerden werden gebouwd en gerund. Zij waren daarbij in hun levensonderhoud bijna geheel zelfvoorzienend.
In 1853 raakte de Maatschappij van Weldadigheid in geldnood. Het Rijk nam vanaf dat moment de taken over, tot Justitie in 1875 van de gestichten gevangenissen maakte.
In Veenhuizen worden tot op de dag van vandaag nog zwaar gestrafte misdadigers gedetineerd.

Mijn belangstelling voor Veenhuizen is niet van gisteren op vandaag. Mijn voorouders maakten al sinds ca. 1910 deel uit van de gemeenschap in Veenhuizen. Mijn vader werd er in 1938 gevangenbewaker en mijn ouders kregen een bewakerswoning in het oude Tweede Gesticht.
Als geboren Veenhuizenaar ben ik steeds nauw verbonden geweest met “de Kolonie.”
Als men mij vraagt wat me het meest boeide in al die jaren, dan waren het wel de geheimen van de bewakers. Ik vroeg me steeds af: “wat maakten ze mee in de gevangenis, wie zaten er, hoe waren hun leefomstandigheden, wat gebeurde er binnen de poorten?” De verhalen bleven onder de pet en tot diep in de jaren ’80 was het dorp nagenoeg geïsoleerd van de buitenwereld.
Waren de ambtenaren tot hun 65e verplicht om in Veenhuizen te wonen, daarna moesten ze het dorp verlaten en durfden sommigen hun ervaringen met mij te delen.
Hun boeiende verhalen plaatste ik op mijn site www.bajesverhalen.nl en ik schreef er twee boeken over. Hoe meer ik me in de historie van Veenhuizen verdiepte, des te meer was ik ervan overtuigd dat “De Kolonie” het verdiende om Werelderfgoed van UNESCO te worden, want nergens anders ter wereld werd zelfvoorziening in een dorp van ca. 3000 bewoners zo ver doorgevoerd als in Veenhuizen. Het dorp werd een voorbeeld voor de armoedebestrijding in Nederland en telt meer dan 100 monumenten.
De Koloniën van Weldadigheid bestaan in 2018 tweehonderd jaar. Of hun gezamenlijk ingediende dossier voldoende is voor Werelderfgoed, hangt af van de beslissing van UNESCO.
Het jaar 2018 zal niet ongemerkt voorbijgaan. Er zijn diverse plannen om het 200 jarig bestaan te vieren. Deze zullen zeker een extra tintje krijgen als “De Koloniën” met het bijzondere BajesDorp Veenhuizen de titel Werelderfgoed zullen krijgen.

——————————————-Einde Persbericht—————————————————————

(Curriculum vitae van de schrijver van dit artikel)

Clemens Henricus Joseph van den Brink werd op 6 maart 1940 geboren in Veenhuizen in het oude Tweede Gesticht aan de Oude Gracht no.5 (nu deel van het Gevangenismuseum).
Zijn vader was voor en gedurende de Tweede Wereldoorlog acht jaar bewaker in de gevangenis van Veenhuizen. Zelf maakte hij tot zijn 22e deel uit van de gemeenschap daar en was steeds nauw verbonden met Veenhuizen.
Na zijn HBS-B diploma behaald en zijn dienstplicht vervuld te hebben, kwam hij in dienst bij het farmaceutische bedrijf Pfizer, waar hij een gedegen opleiding in fysiologie, pathologie en anatomie kreeg. Vervolgens werd hij artsenbezoeker, specialisten-bezoeker en manager van het specialisten-team voor alle ziekenhuizen in NL.
In 1990 kreeg hij de functie Managing Director bij Bional Pharma B.V. en schreef hij gedurende 10 jaar het kleurmagazine Naturalia met een oplage van 4,8-5.0 miljoen (5x per jaar). Het blad werd vertaald en verspreid in 7 andere landen.
Als geboren Veenhuizenaar wilde hij weten, wat de verborgen geheimen waren achter de deuren van de gevangenissen van Veenhuizen, maar de bewakers hielden hun mond tot hun 65e.
Mede daarom nam hij na hun pensionering, als ze Veenhuizen hadden verlaten, contact met ze op over hun ervaringen. Zo kreeg hij ook inzicht in de historie van het dorp.
Zelf maakte hij in zijn leven veel van de ontwikkelingen in Veenhuizen van dichtbij mee.
Zijn eigen ervaringen en ontdekkingen met die van “Oud Kolonialen” hebben hem ertoe gebracht om de historie en de verhalen op zijn site www.bajesverhalen.nl te plaatsen. Daar kwam zoveel reactie op dat hij resp. in 2015 en 2017 twee boeken “BAJESVERHALEN VEENHUIZEN” (268 pag.’s) en “De Geheimen van BajesDorp VEENHUIZEN 1818-2018” (345 pag.’s) heeft geschreven en uitgegeven. Beide boeken zijn verkrijgbaar via de site en de reguliere boekhandel.

Posted on

Strafonderbreking en…Koffie Verkeerd!

In de jaren ’70 van de vorige eeuw zaten er in Veenhuizen de meest gewelddadige en zwaar gestrafte gevangenen, waaronder moordenaars, bankrovers, overvallers en verkrachters. In de begin jaren ’80 was dat niet anders. Bij goed gedrag konden ze na het uitzitten van een groot deel van hun straf proefverlof of strafonderbreking aanvragen, maar dat wilde niet altijd zeggen dat ze dan ongevaarlijk waren.
Mevrouw Pluimers was als onderwijzeres aan de gevangenis Norgerhaven verbonden en gaf geregeld les aan de gevangenen daar. Op een middag was ze aan het winkelen in haar woonplaats Assen, toen ze opeens een bekende de HEMA uit zag komen. Ze wist hem direct te plaatsen en kreeg gelijk een vreemd onderbuikgevoel over zich heen. Dat was de gedetineerde Karel B., die ze de dag tevoren nog in de gevangenis had gezien en waarvan ze wist, wat hij op zijn kerfstok had!
Karel was een onberekenbare crimineel met psychopathische trekken die vaak grof geweld gebruikte bij de misdaden die hij in het verleden had begaan. Veel vrouwen, die hij aangerand en mishandeld had, hadden daar hun leven lang een trauma aan overgehouden.
Mevrouw Pluimers wilde hem ontwijken, maar ze liep hem bijna tegen het lijf, toen ze verwonderd zei: ”Jij hier?” . Karel B. had gelijk zijn antwoord klaar: “Goede middag, mevrouw Pluimers. U had niet verwacht mij hier te zien, he? Ik heb een paar dagen strafonderbreking en ben wat aan het winkelen. Laten we samen even gezellig een kopje koffie drinken. Wat denkt u, zullen we dat hier doen, of ergens anders in de stad?”
Mevrouw Pluimers kreeg de zenuwen van die vent met zijn angstaanjagend uiterlijk. Zijn gezicht alleen al! Die boeventronie. Ze moest beroepsmatig al niets van hem hebben, laat staan dat ze met hem mee zou gaan om ergens in de stad een kop koffie te gaan drinken. En wie weet wat hij verder van plan was. Het was zaak om privé en beroep gescheiden te houden. Ze dacht koortsachtig na en had snel haar antwoord klaar. Om Karel B. niet direct voor het hoofd te stoten antwoordde ze strategisch: “Nou Karel, dat lijkt me niet zo’n goed plan. Laten we dat maar niet doen. Ik heb nog een paar afspraken en ik moet me weer voorbereiden op de lessen die ik morgen ga geven op Norgerhaven. Dus ik heb hier absoluut geen tijd voor.” En ze dacht erbij: “Dit is koffie verkeerd! Misschien goed bedoeld, maar dit kan echt niet, het is niet professioneel. Het geeft geen pas als ik met een gedetineerde buiten de poort van Veenhuizen koffie ga drinken. Trouwens ik gruwel van die vent. Wie weet waartoe hij in staat is” en ze zei: “Morgen zie ik je weer in Norgerhaven, Karel, tot dan.”
Opgelucht en nog wat beduusd dat ze B. zo maar in de stad tegen kwam, vervolgde ze haar weg en deed ze haar boodschappen voor die dag.
Mevrouw Pluimers, inmiddels gepensioneerd, denkt nog vaak terug aan de tijd, dat ze werkzaam was binnen de poorten van Norgerhaven, waar ook nu nog veel zwaar gestrafte criminelen jaren rondlopen. Ze weet maar al te goed wat er had kunnen gebeuren, als ze op die dag toegegeven had aan die zedendelinquent Karel B. met strafonderbreking.
Daarom geeft ze een wijze les mee aan iedereen, die ermee in contact komt: “Houd privé en beroep strikt gescheiden als je met criminelen werkt. Wees op je hoede en reageer professioneel als je er een tegen komt in een privé situatie. Vooral als hij te dicht in je buurt komt……”

(Om privacyredenen zijn de namen van de betreffende personen gefingeerd)