Posted on

Hoge Heer, Vreemde Eend

(naar een verhaal van een ex-GeWa) foto: DvhN (22-09-1979)
Voordat ik dit verhaal vertel, zal ik eerst even enkele bijzonderheden aangeven over de Gestichtwacht (GeWa) in de jaren ’40 tot ’80 van de vorige eeuw:
De GeWa in Veenhuizen was vanaf 1942 bij de oprichting door commandant Walters geschoeid op militaristische leest. Dat werd nog eens onderstreept toen Majoor Mulder (alias Zwarte Mulder) zijn intrede deed in het Korps. Als zijn commandant Walters het over hem had, typeerde hij hem als een ruwe bolster, blanke pit.
De instelling die hij had en de commando’s die hij gaf aan “Zijn GeWa’s” deden denken aan de militaire rekruten-opleiding van de vorige eeuw. Het gebruikelijke rauwe, respectloze vakjargon dat hij hanteerde als hij orders gaf aan- en kritiek gaf op zijn onderdanen, was vaak niet om aan te horen. Toch werd hij door een groot deel van de manschappen op handen gedragen. Hij was eerlijk en recht voor zijn raap. Als je goed kon voetballen had je een streepje voor bij hem. Als zijn mannen doorzettingsvermogen en standvastigheid toonden, werden ze beloond, maar hij had een hekel aan twijfelaars en “watjes”.
Lang haar en ongepoetste schoenen werden door hem niet getolereerd. Dat keurde hij af met beledigende scheldwoorden, waar je het schaamrood van op de kaken kreeg. Zwarte Mulder duldde wat dit betreft geen tegenspraak en zo gebeurde het dat op zekere dag vanuit Den Haag een belangrijke diplomaat op bezoek zou komen. Het pad naar de toegangsdeur van de kazerne werd geveegd, de hal en de centrale toegangsdeur werden gesopt. De Majoor had al op zijn eigen wijze met veel GVD’s aan alle “Sjons”, zoals hij zijn mannen noemde, laten weten dat de kapsels en uniformen met vouw in de broek in perfecte toestand moesten zijn om de “Hoge Heer” uit den Haag op gepaste wijze te ontvangen. De hele kazerne was spik en span. De volgende dag brak aan met de inspectie van de uniformen door de majoor zelf. Iedereen stond op het afgesproken tijdstip in het gelid om de “Hoge Heer” te ontvangen.
Een grote zwarte dienstwagen stopte voor de kazerne. Het commando: ” Afdeling… Geeft… Acht” schalde over het terrein. De chauffeur van dienst opende het achterportier van de zwarte auto.
Er stapte een man uit, die ons eerder deed denken aan John Wayne of Crocodile Dundee dan aan een statige diplomaat van het departement in Den Haag. Het was een vreemde eend in de bijt. Hij leek zo uit een cowboyfilm gestapt te zijn met zijn lange haar dat tot paardenstaart was gebonden. Daarbij droeg hij ook nog leren cowboylaarzen. Alles wat we verwacht hadden, maar dit sloeg werkelijk alles! Alles leek fout aan hem.
Wij liepen misschien als noorderlingen een beetje achter wat de mode betreft, maar een vertegenwoordiger van Justitie werd verondersteld zich in een net kostuum te vertonen en niet als een verlopen hippie.
De Majoor was even uit het veld geslagen bij de aanblik van de “Hoge Heer”, deed een stap in zijn richting en begroette hem met de woorden: “Sjon, jij ziet er niet uit” en hij haastte zich om hem mee te nemen naar de brigadiers-kamer, waar de diplomaat de wind van voren kreeg.
Daar kwam de Zwarte met een stemgeluid van ongeveer 120 decibel pas goed op stoom. “Ik zorg ervoor dat mijn mannen er altijd correct bijlopen en dan durf jij je hier GVD te vertonen als een stuk oud vuil met vodden aan je lijf en manen als van een paard! Sjon, naar de kapper jij GVD, anders brand ik het eraf. Je lijkt wel een meelsjouwer bij de molen van Norg.”
De diplomaat stond als aan de grond genageld, zo was hij onder de indruk van deze kanonnade aan zijn adres en stamelde: “Wat zegt u allemaal? Ik kan u niet volgen.”
De Majoor sprong zowat uit zijn vel en brulde: “Dat komt wel als ik warm gedraaid ben, GVD. Het lijkt wel of jij overal schijt aan hebt, Sjon. Hoe durf je je hier zo te vertonen. Eruit! Wegwezen! Ik wil je hier niet meer zien. Als er iemand van het departement moet komen, sturen ze maar een ander. Afnokken, jij!”
De diplomaat kon niet anders doen dan gehoor geven aan dit bevel en liep met de staart tussen de benen naar de auto die voor hem klaar stond.
Weer klonk het commando: “Geef…. acht! En terwijl iedereen in de houding stond, werd de dienstauto met een klap dichtgegooid……. Langzaam verdween deze daarna in de richting van het cellengebouw naar…………….? We hebben hem nooit weer gezien in Veenhuizen.

One thought on “Hoge Heer, Vreemde Eend

  1. Ja zo ken ik de “zwarte Mulder” schelden en vloeken en net als je dacht daar gaat hij weer,dan was hij over vriendelijk.

    Jan Klein Ikkink
    GeWA 1972

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *