Posted on

Gerrit de Stotteraar, Beroepscrimineel

GerritDeStotteraar2In Veenhuizen zaten na de Tweede Wereldoorlog steeds meer zware criminelen en het aantal bedelaars, alcoholisten en zwervers nam af. Een van de beruchtste in de jaren ’40 tot ’70 was Gerrit Blom, alias Gerrit de Stotteraar een rasechte Amsterdammer, geboren in 1920. Hij begon zijn loopbaan als beroepsinbreker toen hij ongeveer 20 jaar oud was. Een moeilijke jeugd en slechte opvoeding waren er de oorzaak van dat hij met verkeerde vrienden omging en het dievenpad opging.

In 1940 brak hij in bij de hoofdinspecteur van Politie. Hij was een inbreker van het zuiverste ras met zestig inbraken in een van zijn topjaren. In totaal werd hij veroordeeld tot 25 jaar detentie, maar hij ontsnapte steeds weer uit de gevangenis of uit het huis van bewaring. Hij zat nog niet de helft van zijn straftijd uit in de gevangenis. Zijn inbraken richtte hij niet alleen op rijke mensen, maar ook op arme gezinnen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Het ging meestal wel redelijk geweldloos. Hij was geen echte harde gewetenloze crimineel, maar het was, alsof hij het als een sport beschouwde. Hij had natuurlijk ook geld nodig voor zijn vrouw en kind en kon door zijn spraakgebrek en zijn reputatie als inbreker nergens een goede baan vinden. Hij was een echte geveltourist, erg lenig en hij klom met gemak overal tegenop. Geen enkele muur was hem te hoog en geen slot was tegen zijn handen bestand.

Hij zat voor bepaalde delicten ook in Veenhuizen vast. De leiding daar wist, dat hij vluchtgevaarlijk was. J kon hem eigenlijk geen moment alleen laten, want hij wist telkens weer te ontsnappen. Hij was onvoorstelbaar goed in het kraken van sloten, of het nu een brandkast betrof of gewoon een keukendeur. Hij had ze in een mum van tijd open. De bewakers konden nog wel wat van hem leren en dat gebeurde ook.

Unknown-2
Zo gaf hij een paar bewakers nog een aantal tips, zodat ze een vluchtpoging sneller zouden kunnen signaleren. Nu waren de celdeuren van Veenhuizen geen kinderspeelgoed. Die waren van dik staal met zware sloten en zeker niet eenvoudig te openen. Een van de bewakers kreeg les van hem, hoe je bepaalde sloten kon openen. Zijn vaste bewakers wilden ook wel eens meemaken, hoe hij een speciaal beveiligde deur zonder sleutel zou openen. Ze stelden hem op de proef. Daarvoor had hij natuurlijk apparatuur nodig, maar het enige dat hij meekreeg toen zijn deur op slot ging, was een touwtje van ca. 40 cm.

celdeurenbewakersDaar kon hij toch geen stalen deur mee intrappen en wat zou hij nou eigenlijk wel kunnen met een touwtje. Het was zelfs te kort om suïcide mee te plegen. Daar hoefden ze overigens niet bang voor te zijn, want Gerrit was niet suïcidaal. De deur ging in het slot en Gerrit werd alleen gelaten met zijn touwtje. De bewakers gingen rustig een uurtje koffiedrinken en hadden totaal geen oog voor Gerrit, want ze dachten, „Laat hem maar aanmodderen, die komt er toch niet uit.”

Toen ze na een uur bij zijn cel kwamen, stond de deur open. Gerrit was nergens te zien. Verbaasd vroegen de bewakers zich af, hoe dit mogelijk was en sloegen onmiddellijk alarm. Maar ze hadden het nakijken. De zoektocht leverde niets op, geen spoor van Gerrit. Die was al lang weer op weg naar Amsterdam voor zijn volgende inbraak.

Het is hem tientallen keren gelukt om te ontsnappen. De laatste keer was in 1962. Hij wordt in 1986 nog een keer voorwaardelijk veroordeeld en de tijd daarna hoort men eigenlijk weinig meer van hem. Of hij inmiddels zijn grote slag geslagen had? Dat vertelt het verhaal niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *