Posted on

De “Drie Koningen” van Veenhuizen

eet_slaapzaal_gevangenis_veenhuizen

In de 19e en 20 ste eeuw werden bedelaars, zwervers, alcoholisten, daklozen, in het algemeen mannen die niet in staat waren in hun eigen levensonderhoud te voorzien, opgepakt en in Veenhuizen „verpleegd”. Zij moesten daar weer leren op eigen benen te staan door te werken. Als ze hun tijd hadden uitgezeten, kregen ze hun zuur verdiende geld mee om een nieuw leven te starten, maar dat pakte vaak heel anders uit…. Hier volgt de story van drie verpleegden, die na hun vrijlating de bloemetjes eens flink buiten zetten…..

Er ontstonden in Veenhuizen vaak hechte vriendschappen tussen verpleegden onderling. Kees, Johan en Pieter waren onafscheidelijke vrienden, die steeds tegelijkertijd kwamen en ook tegelijk met verlof gingen. In de winter waren ze liever onder dak in Veenhuizen, maar s’zomers wilden ze wel eens weer proberen om ergens een baantje te krijgen in de stad. Dat lukte meestal maar half. Ze hielden steeds contact met elkaar en als er tegen het eind van de zomer weer geen duidelijk vooruitzicht was voor de winter, dan lieten ze zich gezamenlijk weer oppakken en terugbrengen naar Veenhuizen. Daar stond men het trio alweer op te wachten. Bij hun collegae, die hetzelfde lot ondergingen, kregen ze weer een warm onthaal. Het liep allemaal volgens verwachting. Je zag de drie maten ook in de inrichting steeds samen.

Het waren geen mannen die het geld over de balk gooiden. Dat waren ze nooit gewend geweest. Dat vonden ze maar verspilling, dus hadden ze een aardige cent gespaard, toen de tijd weer rijp was om in vrijheid gesteld te worden. Voor een keer besloten de drie om eens echt de bloemetjes buiten te zetten. Ze liepen altijd in het gareel en nooit waren ze eens uit de band gesprongen.

Het moest er toch maar eens van komen. Je leeft maar een keer en dan kon je er tenminste over mee praten. Zo gezegd zo gedaan. De Joodse koopman uit Assen, Benjamin Schwartsenberg, werd op hun wenken besteld en ze werden in het duurste pak gehesen, compleet met schoenen, overjas, etc. Ze zagen er perfect uit, alsof ze zo uit een film waren gestapt. Ze kregen de rest van hun verdiende geld mee en voor een dag voelden zij zich de „Drie Koningen van Veenhuizen” en waren de koning te rijk.

mercedes-benz_300_limousine_gevangenis_veenhuizenEen grote witte limousine met chauffeur kwam het gevangenisterrein oprijden…. Dit was natuurlijk een bijzonderheid in de „Klonie”. Een limousine voor een stelletje gevangenen? Dat kon niet waar zijn! Dat was wat anders dan de Boevenbus! Iedereen keek zijn ogen uit. Wat te denken van de jaloerse blikken van de Veenhuizer ambtenaren! Het gras van een verpleegde was zelfs groener…..!

De drie vrienden stapten in de limousine en met particulier chauffeur gingen ze op weg naar Amsterdam. Daar aangekomen gingen ze vanzelfsprekend in een duur restaurant dineren. Dat hoorde erbij en ze hadden geld genoeg. Het werd een groot feest met lekker eten en veel dure wijn, maar plotsklaps werd de vreugde wreed verstoord. Terwijl Johan en Kees nog nagenoten van hun heerlijke hoofdgerecht en nog een laatste slok namen van de voortreffelijke rode wijn, bleef Pieter kaarsrecht in zijn stoel zitten en verroerde zich niet. De andere twee hadden al meerdere malen wat tegen hem gezegd, maar hij gaf geen antwoord. Nou ja, het gebeurde vaker, dat hij wat wazig voor zich uit staarde zonder zich in het gesprek te mengen. Pieter had zijn hoofd wat voorover gebogen alsof hij in gedachten verzonken was en had zijn handen onder de tafel.

Het duurde even voor de andere twee in de gaten kregen wat er aan de hand was met hun vriend. Johan en Kees konden niet anders constateren, dan dat Pieter er tussen uit was gepiept. Hij was ter plekke overleden! Onvoorstelbaar! Wat nu? Aan het feestmaal en de hele feesttrip kwam een abrupt einde. Hevig geschrokken waarschuwden ze nog een arts, maar die kon ook alleen maar vaststellen, dat Pieter overleden was aan een acute hartstilstand. Kees en Johan hebben toen met het geld dat ze nog over hadden, gezorgd dat Pieter in Amsterdam een keurige begrafenis kreeg. Zij waren zelf, buiten de pastoor, de enige aanwezigen die een korte grafrede hielden. Bedroefd, berooid en zonder hun maat gingen ze met de trein weer terug naar Assen en met de trekschuit naar Veenhuizen, hun „woonplaats”. Daar meldden ze zich weer en werden zoals alle vorige keren, weer liefdevol ontvangen en opgenomen door hun maten op hun eigen vertrouwde afdeling in Bergveen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *