Posted on

De Majoor en Zuipen in Diensttijd

(Naar het verhaal van een GeWa ☨)

Het was op een snoeihete zomeravond in 1968. Ik zat rond 9 uur op het planton, de wachtpost bij de GeWa kazerne. Even later liep ik naar binnen en ik zag dat de de Majoor ook in huis was. Bij zijn onderdanen had hij een paar bijnamen die sloegen op zijn uiterlijk.
Omdat eigenlijk alles zwart was aan hem, werd hij ook kort “de Zwarte” of “Zwarte Mulder” genoemd. Hij was grof gebekt en dan druk ik het nog zacht uit. Veel van zijn onderdanen hadden daar een hekel aan, maar anderen hadden daar geen moeite mee en konden er zelfs af en toe wel om lachen. De Majoor was die avond weliswaar in burger, maar toch was iedereen op zijn hoede. Ook dan kon hij scheldkanonnades uitbraken waar je oren van toeterden en het schaamrood je naar de kaken steeg.
Samen met brigadier Luggers zat hij op een bepaald moment in diens kamer en ramde driftig met twee vingers op een stalen typemachine. Luggers zat in uniform tegenover hem te worstelen met de dienstlijsten. Zonder op of om te kijken riep de Majoor in mijn richting: “Sjon, het is hier smoorheet, pak eens een flesje bier voor mij”. Dus ik de keuken in, open een flesje bier, zet het op een dienblad en met een theedoek over de arm presenteer ik het flesje bier met de vraag: “Zal ik het even voor u inschenken, Majoor?” “Ja, gooi er maar wat in,” was het antwoord.
Zonder er bij na te denken wat de gevolgen zouden kunnen zijn, zei brigadier Luggers daarop: “Nou Oosting, dat lijkt me lekker, breng mij er ook maar een.”
Even was het stil… De Majoor kleurde rood, groen en paars en ontplofte zo ongeveer met: “Ben je nou GVD helemaal van de ratten besnuffeld, Luggers? Zuipen in diensttijd?” “Ja, m.. maar ik dacht vanwege de hitte…..” bracht Luggers stotterend uit. De Majoor ontplofte zo ongeveer: “Niks te maren, GVD Sjon, zuipen doe je maar thuis. Hier in uniform, ben je helemaal besodemieterd, etc. etc. De gebruikelijke stortvloed met schuttingtaal galmde door de hele kazerne heen.
Ik maakte, dat ik de kamer van de brigadier uit kwam en deed de deur achter me dicht, want hier had ik geen boodschap aan.
Na enige tijd kwam brigadier Luggers het kantoor uit en zei: “Eh, eh, zeg Oosting jongen, eh breng mij maar een ….kopje koffie”.
Ik stond perplex en zei gedienstig: “Maar natuurlijk, brigadier, tot uw dienst….”

(Voor meer info over de GeWa: ga naar www.gestichtswacht.nl/

 

Posted on

Hellup! Die Piloot wil me vermoorden!

(naar een verhaal van een ex-GeWA)

Op een mooie dag was ik als werkmeester belast met het begeleiden en bewaken van een groep gedetineerden, die op het land van de gesticht-tuin werkte. Daar werden van ouds in het kader van de zelfvoorziening  talrijke groenten voor de vier gestichten verbouwd. We moesten op die dag witlof-pennen rooien. De gevangenen waren druk aan het werk en toch moest ik waakzaam blijven. Sommigen waren nl. vluchtgevaarlijk. Tijdens het werk was het zaak om mijn ogen goed de kost te geven want er zou zomaar een ongemerkt de benen kunnen nemen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een deserteur een flinke voorsprong op kon bouwen voordat er alarm geslagen werd. Met name gebeurde dat, als een bewaker even afgeleid was wanneer een van de gevangenen zijn aandacht vroeg.  Juist tijdens het werk op de landerijen gebeurde het in de jaren ’50-’60 vaak, dat een gedetineerde ontsnapte. Meestal wisselde hij daarna snel van kleding, die hij te voren van een waslijn had gestolen en op een geheime plaats (b.v in het bos) verstopt had. Dan kon hij zomaar als burger in het niets verdwijnen….

“Dat zal mij niet gebeuren,” dacht ik en ik hield de groep scherp in de gaten.
Opeens dook daar een vliegtuigje laag over de velden. Daarna steeg het snel boven de hoge populieren om bijna in een duikvlucht bijna loodrecht naar beneden te duiken tot een meter of vier boven de aardappelvelden.
Een van de gedetineerden Bernard H. vroeg me: “Wat is dat voor een gek?” Ik verzon ter plekke een antwoord dat me goed van pas kwam als bewaker van de groep en zei: “Dat is de GeWa, die het loof van de aardappels dood sproeit. Daarbij houdt hij vanuit de lucht een oogje in het zeil, om te voorkomen dat er gevangenen ontvluchten. Als dat gebeurt, hebben ze de deserteur zo te pakken. Het vliegtuig heeft  wapens aan boord en kan je zo neer leggen, als je de benen neemt.”
Dat maakte kennelijk indruk op hem. Bernard ging weer aan het werk. Maar daar kwam het vliegtuig alweer. Het dook ineens omlaag en recht over ons heen. Bernard zwaaide driftig naar de piloot en terwijl hij zijn middelvinger naar hem opstak, dook hij naar de grond met de woorden: “Wat een klootzak, hij wil me vermoorden!”
Door met de vleugels heen en weer te zwaaien gaf de piloot te kennen dat hij het gezien had en verdween weer achter de populieren. Daar kwam het toestel voor de derde maal aanvliegen, kennelijk om een aanloop te nemen voor de aardappelvelden. Als bij een kamikazepoging dook het tot vlak boven onze groep…..
De gedetineerden sprongen alle kanten op en Bernard zette het op een lopen in de richting van de loods terwijl hij schreeuwde: “Die piloot wil me vermoorden, help, hellup!” Het vliegtuig vloog nog een aantal keren vlak over de loods, waar Bernard zich inmiddels verstopt had. Een minuut of tien later, toen het geluid van het vliegtuig niet meer te horen was, kwam hij lijkbleek en sidderend onder het afdak van de loods vandaan en liet me weten: ”Werkmeester, wat heb ik geluk gehad dat ik hem te slim af was, he? Hij had me bijna te pakken. Wat een klojo, maar hij heeft me gelukkig niet geraakt…..”

Koop nu “Bajesverhalen Veenhuizen” op ww.bajesverhalen.nl/shop
met ca. 90 Bajesverhalen, die nooit verteld werden vanwege geheimhoudingsplicht van de bewakers.

een greep uit de recensies:

“Wat een mooi boek. Jammer dat ik het uit heb” Jose Kroesen-Hankel, Sappemeer)

Dagblad van het Noorden (DvhN 18-7-15) “Lees deze kostelijke geschiedenis vanaf pagina 119”.

“Mooi boek, heb ik” (Andre Lageveen, Joure)

“Het ene boek uit, super geschreven! Nu het andere nog!!”(Jantien Stek)

“Wat heb jij mooie verhalen bij elkaar gesprokkeld” (Piet Mentrop, Den Haag)

Posted on

Strafonderbreking en…Koffie Verkeerd!

In de jaren ’70 van de vorige eeuw zaten er in Veenhuizen de meest gewelddadige en zwaar gestrafte gevangenen, waaronder moordenaars, bankrovers, overvallers en verkrachters. In de begin jaren ’80 was dat niet anders. Bij goed gedrag konden ze na het uitzitten van een groot deel van hun straf proefverlof of strafonderbreking aanvragen, maar dat wilde niet altijd zeggen dat ze dan ongevaarlijk waren.
Mevrouw Pluimers was als onderwijzeres aan de gevangenis Norgerhaven verbonden en gaf geregeld les aan de gevangenen daar. Op een middag was ze aan het winkelen in haar woonplaats Assen, toen ze opeens een bekende de HEMA uit zag komen. Ze wist hem direct te plaatsen en kreeg gelijk een vreemd onderbuikgevoel over zich heen. Dat was de gedetineerde Karel B., die ze de dag tevoren nog in de gevangenis had gezien en waarvan ze wist, wat hij op zijn kerfstok had!
Karel was een onberekenbare crimineel met psychopathische trekken die vaak grof geweld gebruikte bij de misdaden die hij in het verleden had begaan. Veel vrouwen, die hij aangerand en mishandeld had, hadden daar hun leven lang een trauma aan overgehouden.
Mevrouw Pluimers wilde hem ontwijken, maar ze liep hem bijna tegen het lijf, toen ze verwonderd zei: ”Jij hier?” . Karel B. had gelijk zijn antwoord klaar: “Goede middag, mevrouw Pluimers. U had niet verwacht mij hier te zien, he? Ik heb een paar dagen strafonderbreking en ben wat aan het winkelen. Laten we samen even gezellig een kopje koffie drinken. Wat denkt u, zullen we dat hier doen, of ergens anders in de stad?”
Mevrouw Pluimers kreeg de zenuwen van die vent met zijn angstaanjagend uiterlijk. Zijn gezicht alleen al! Die boeventronie. Ze moest beroepsmatig al niets van hem hebben, laat staan dat ze met hem mee zou gaan om ergens in de stad een kop koffie te gaan drinken. En wie weet wat hij verder van plan was. Het was zaak om privé en beroep gescheiden te houden. Ze dacht koortsachtig na en had snel haar antwoord klaar. Om Karel B. niet direct voor het hoofd te stoten antwoordde ze strategisch: “Nou Karel, dat lijkt me niet zo’n goed plan. Laten we dat maar niet doen. Ik heb nog een paar afspraken en ik moet me weer voorbereiden op de lessen die ik morgen ga geven op Norgerhaven. Dus ik heb hier absoluut geen tijd voor.” En ze dacht erbij: “Dit is koffie verkeerd! Misschien goed bedoeld, maar dit kan echt niet, het is niet professioneel. Het geeft geen pas als ik met een gedetineerde buiten de poort van Veenhuizen koffie ga drinken. Trouwens ik gruwel van die vent. Wie weet waartoe hij in staat is” en ze zei: “Morgen zie ik je weer in Norgerhaven, Karel, tot dan.”
Opgelucht en nog wat beduusd dat ze B. zo maar in de stad tegen kwam, vervolgde ze haar weg en deed ze haar boodschappen voor die dag.
Mevrouw Pluimers, inmiddels gepensioneerd, denkt nog vaak terug aan de tijd, dat ze werkzaam was binnen de poorten van Norgerhaven, waar ook nu nog veel zwaar gestrafte criminelen jaren rondlopen. Ze weet maar al te goed wat er had kunnen gebeuren, als ze op die dag toegegeven had aan die zedendelinquent Karel B. met strafonderbreking.
Daarom geeft ze een wijze les mee aan iedereen, die ermee in contact komt: “Houd privé en beroep strikt gescheiden als je met criminelen werkt. Wees op je hoede en reageer professioneel als je er een tegen komt in een privé situatie. Vooral als hij te dicht in je buurt komt……”

(Om privacyredenen zijn de namen van de betreffende personen gefingeerd)