Gepost op

Uitbraak Zware Jongens Esserheem

Het was een uur of zeven op een regenachtige oktoberavond in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Veenhuizen was zich totaal nog niet bewust van wat er die avond en nacht stond te gebeuren… Zes zware criminelen hadden een plan om op die avond uit de zwaar bewaakte gevangenis van Esserheem in Veenhuizen te breken. De bewaking had niets van hun plannen gemerkt. Buiten was het al donker en de mannen hadden de avondmaaltijd net achter de knopen. Onopvallend verlieten ze een voor een de eet/slaapzaal. Dat had niemand van de bewaking opgemerkt. Ze wisten dat er bij het badgebouw een blusslang lag. Die koppelden ze los, gooiden die over de muur en klommen er tegenop.
Met het prikkeldraad boven op de muur hadden ze totaal geen moeite. Daar hadden ze een oude jas overheen gegooid en zonder kleerscheuren kwamen ze alle zes aan de andere kant van de muur.
Daarna gaf een van hen het teken: “Wegwezen en verspreiden.” Iedereen verdween in een vooraf bepaalde richting, ook al had niemand een flauw idee, waar ze terecht zouden komen. Dat was ook geen wonder, want geen van de zes kende de omgeving van Veenhuizen.
Het was een riskante onderneming en er was durf en geluk bij nodig. Buitendien het was nog gevaarlijk ook, want als ze gesnapt werden, zou er met scherp op hen geschoten kunnen worden.
De GeWa was namelijk geinstrueerd om bij een vluchtpoging, na een waarschuwingsschot, gericht met de karabijn op hen te schieten. Maar dat deerde de vluchtelingen niet. Durf hadden de zes wel…

Slaapkooien Bleven Leeg

Het was een uur of acht ’s avonds en voor de gevangenen langzamerhand tijd om naar bed te gaan. Nog had de bewaking niks gemerkt van de zes deserteurs. Maar toen iedereen voor de telling in het gelid kwam, bleven zes van de slaapkooien leeg…..
Paniek bij de bewakers! Groot alarm! Ook Interpol werd gewaarschuwd en Veenhuizen stond te trillen op zijn grondvesten. Het waren zes van de zwaarst gestraften, dus gevaarlijke jongens. Onder hen waren twee mannen van de ‘Kempenbende’ uit Brabant die in die tijd berucht waren om hun gewapende overvallen en mishandelingen.
Daar was men niet alleen in Nederland bang voor, maar ook in België en ver daar buiten.
Het anders zo rustige Veenhuizen was in rep en roer. Alles was afgezet, er werd geregeld met scherp geschoten en er werd een helikopter ingezet. Diezelfde nacht werden vier van de voortvluchtigen gepakt en in verzekerde bewaring gesteld. De overige twee mannen wisten te ontkomen via Norg.
Die verdwenen daar spoorloos met een gestolen witte (?) VW in zuidelijke richting. Men vermoedde dat ze naar Brabant waren gereden, maar enige zekerheid daaromtrent was er niet. Wat wel zeker was: Die twee lieten hun gezicht niet meer zien in Veenhuizen……

Gepost op

De Majoor en Zuipen in Diensttijd

(Naar het verhaal van een GeWa ☨)

Het was op een snoeihete zomeravond in 1968. Ik zat rond 9 uur op het planton, de wachtpost bij de GeWa kazerne. Even later liep ik naar binnen en ik zag dat de de Majoor ook in huis was. Bij zijn onderdanen had hij een paar bijnamen die sloegen op zijn uiterlijk.
Omdat eigenlijk alles zwart was aan hem, werd hij ook kort “de Zwarte” of “Zwarte Mulder” genoemd. Hij was grof gebekt en dan druk ik het nog zacht uit. Veel van zijn onderdanen hadden daar een hekel aan, maar anderen hadden daar geen moeite mee en konden er zelfs af en toe wel om lachen. De Majoor was die avond weliswaar in burger, maar toch was iedereen op zijn hoede. Ook dan kon hij scheldkanonnades uitbraken waar je oren van toeterden en het schaamrood je naar de kaken steeg.
Samen met brigadier Luggers zat hij op een bepaald moment in diens kamer en ramde driftig met twee vingers op een stalen typemachine. Luggers zat in uniform tegenover hem te worstelen met de dienstlijsten. Zonder op of om te kijken riep de Majoor in mijn richting: “Sjon, het is hier smoorheet, pak eens een flesje bier voor mij”. Dus ik de keuken in, open een flesje bier, zet het op een dienblad en met een theedoek over de arm presenteer ik het flesje bier met de vraag: “Zal ik het even voor u inschenken, Majoor?” “Ja, gooi er maar wat in,” was het antwoord.
Zonder er bij na te denken wat de gevolgen zouden kunnen zijn, zei brigadier Luggers daarop: “Nou Oosting, dat lijkt me lekker, breng mij er ook maar een.”
Even was het stil… De Majoor kleurde rood, groen en paars en ontplofte zo ongeveer met: “Ben je nou GVD helemaal van de ratten besnuffeld, Luggers? Zuipen in diensttijd?” “Ja, m.. maar ik dacht vanwege de hitte…..” bracht Luggers stotterend uit. De Majoor ontplofte zo ongeveer: “Niks te maren, GVD Sjon, zuipen doe je maar thuis. Hier in uniform, ben je helemaal besodemieterd, etc. etc. De gebruikelijke stortvloed met schuttingtaal galmde door de hele kazerne heen.
Ik maakte, dat ik de kamer van de brigadier uit kwam en deed de deur achter me dicht, want hier had ik geen boodschap aan.
Na enige tijd kwam brigadier Luggers het kantoor uit en zei: “Eh, eh, zeg Oosting jongen, eh breng mij maar een ….kopje koffie”.
Ik stond perplex en zei gedienstig: “Maar natuurlijk, brigadier, tot uw dienst….”

(Voor meer info over de GeWa: ga naar www.gestichtswacht.nl/

 

Gepost op

Hellup! Die Piloot wil me vermoorden!

(naar een verhaal van een ex-GeWA)

Op een mooie dag was ik als werkmeester belast met het begeleiden en bewaken van een groep gedetineerden, die op het land van de gesticht-tuin werkte. Daar werden van ouds in het kader van de zelfvoorziening  talrijke groenten voor de vier gestichten verbouwd. We moesten op die dag witlof-pennen rooien. De gevangenen waren druk aan het werk en toch moest ik waakzaam blijven. Sommigen waren nl. vluchtgevaarlijk. Tijdens het werk was het zaak om mijn ogen goed de kost te geven want er zou zomaar een ongemerkt de benen kunnen nemen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een deserteur een flinke voorsprong op kon bouwen voordat er alarm geslagen werd. Met name gebeurde dat, als een bewaker even afgeleid was wanneer een van de gevangenen zijn aandacht vroeg.  Juist tijdens het werk op de landerijen gebeurde het in de jaren ’50-’60 vaak, dat een gedetineerde ontsnapte. Meestal wisselde hij daarna snel van kleding, die hij te voren van een waslijn had gestolen en op een geheime plaats (b.v in het bos) verstopt had. Dan kon hij zomaar als burger in het niets verdwijnen….

“Dat zal mij niet gebeuren,” dacht ik en ik hield de groep scherp in de gaten.
Opeens dook daar een vliegtuigje laag over de velden. Daarna steeg het snel boven de hoge populieren om bijna in een duikvlucht bijna loodrecht naar beneden te duiken tot een meter of vier boven de aardappelvelden.
Een van de gedetineerden Bernard H. vroeg me: “Wat is dat voor een gek?” Ik verzon ter plekke een antwoord dat me goed van pas kwam als bewaker van de groep en zei: “Dat is de GeWa, die het loof van de aardappels dood sproeit. Daarbij houdt hij vanuit de lucht een oogje in het zeil, om te voorkomen dat er gevangenen ontvluchten. Als dat gebeurt, hebben ze de deserteur zo te pakken. Het vliegtuig heeft  wapens aan boord en kan je zo neer leggen, als je de benen neemt.”
Dat maakte kennelijk indruk op hem. Bernard ging weer aan het werk. Maar daar kwam het vliegtuig alweer. Het dook ineens omlaag en recht over ons heen. Bernard zwaaide driftig naar de piloot en terwijl hij zijn middelvinger naar hem opstak, dook hij naar de grond met de woorden: “Wat een klootzak, hij wil me vermoorden!”
Door met de vleugels heen en weer te zwaaien gaf de piloot te kennen dat hij het gezien had en verdween weer achter de populieren. Daar kwam het toestel voor de derde maal aanvliegen, kennelijk om een aanloop te nemen voor de aardappelvelden. Als bij een kamikazepoging dook het tot vlak boven onze groep…..
De gedetineerden sprongen alle kanten op en Bernard zette het op een lopen in de richting van de loods terwijl hij schreeuwde: “Die piloot wil me vermoorden, help, hellup!” Het vliegtuig vloog nog een aantal keren vlak over de loods, waar Bernard zich inmiddels verstopt had. Een minuut of tien later, toen het geluid van het vliegtuig niet meer te horen was, kwam hij lijkbleek en sidderend onder het afdak van de loods vandaan en liet me weten: ”Werkmeester, wat heb ik geluk gehad dat ik hem te slim af was, he? Hij had me bijna te pakken. Wat een klojo, maar hij heeft me gelukkig niet geraakt…..”

Koop nu “Bajesverhalen Veenhuizen” op www.gevangenisveenhuizen.nl/shop
met ca. 90 Bajesverhalen, die nooit verteld werden vanwege geheimhoudingsplicht van de bewakers.

een greep uit de recensies:

“Wat een mooi boek. Jammer dat ik het uit heb” Jose Kroesen-Hankel, Sappemeer)

Dagblad van het Noorden (DvhN 18-7-15) “Lees deze kostelijke geschiedenis”.

“Mooi boek, heb ik” (Andre Lageveen, Joure)

“Prachtdocument” (Willem v.d. Berge Houthem)

“Het ene boek uit, super geschreven! Nu het andere nog!!”(Jantien Stek)

“Wat heb jij mooie verhalen bij elkaar gesprokkeld” (Piet Mentrop, Den Haag)