Posted on

“Bajesverhalen Veenhuizen”: Nu overal verkrijgbaar!

Beste lezers van Bajesverhalen Veenhuizen:

Mijn beide boeken “Bajesverhalen Veenhuizen” en “De Geheimen van BajesDorp” (Veenhuizen 1818-2018), kunt u vanaf 6 dec. 2017 overal bestellen:

Dit kan via:

  1. www.bajesverhalen.nl/shop en je ontvangt ze gesigneerd en volgende dag thuis bezorgd (gratis verzending)
  2. Binnenkort ook bij Bol.com, volgende dag thuisbezorgd. Gratis verzending,
  3. Nu ook bij www.boekenbestellen.nl. Gratis verzending,
  4. Bij de reguliere boekhandel op bestelling of uit voorraad in straal van ca. 50 km. rond Assen.
  5. Ebook en gratis Ebook 10 “Bajesverhalen Veenhuizen” alleen op www.bajesverhalen.nl/shop

Let op: Veenhuizen is in 2018 zeer actueel in het nieuws. Het viert dan zijn 200 jarig bestaan als “Kolonie van Weldadigheid” en……….wordt mogelijk in juli 2018 door UNESCO aangewezen als Werelderfgoed!!!!

Spanning, Humor, Historie in “De Geheimen van BajesDorp” (345 blz.) en “Bajesverhalen Veenhuizen”(268 blz). Ze bleven onder de pet van de bewaker tot hun 65e. Boeiend Cadeau. Gratis Ebook 10. Mis het niet 😂 op www.bajesverhalen.nl/shop.

 

Een greep uit de recensies:

Dagblad van het Noorden (DvhN 18-7-’15) “Lees deze kostelijke geschiedenis vanaf pagina 119”.

“Boek gekocht, waardevolle geschiedschrijving” (Jaap Bos, Roden)

“Wat een mooi boek. Jammer dat ik het uit heb” Jose Kroesen, Sappemeer)“

Het ene boek uit, super geschreven! Nu het andere nog!!”(Jantien Stek)

“Wat heb jij verschrikkelijk leuke verhalen bij elkaar gesprokkeld” (Piet Mentrop, Den Haag)

Posted on

Hellup! Die Piloot wil me vermoorden!

(naar een verhaal van een ex-GeWA)

Op een mooie dag was ik als werkmeester belast met het begeleiden en bewaken van een groep gedetineerden, die op het land van de gesticht-tuin werkte. Daar werden van ouds in het kader van de zelfvoorziening  talrijke groenten voor de vier gestichten verbouwd. We moesten op die dag witlof-pennen rooien. De gevangenen waren druk aan het werk en toch moest ik waakzaam blijven. Sommigen waren nl. vluchtgevaarlijk. Tijdens het werk was het zaak om mijn ogen goed de kost te geven want er zou zomaar een ongemerkt de benen kunnen nemen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een deserteur een flinke voorsprong op kon bouwen voordat er alarm geslagen werd. Met name gebeurde dat, als een bewaker even afgeleid was wanneer een van de gevangenen zijn aandacht vroeg.  Juist tijdens het werk op de landerijen gebeurde het in de jaren ’50-’60 vaak, dat een gedetineerde ontsnapte. Meestal wisselde een deserteur snel van kleding door die hij te voren van een waslijn had gestolen. Dan kon hij zomaar als burger in het niets verdwijnen….

“Dat zal mij niet gebeuren,” dacht ik en ik hield de groep scherp in de gaten.
Opeens dook daar een vliegtuigje laag over de velden. Daarna steeg het snel boven de hoge populieren om bijna in een duikvlucht bijna loodrecht naar beneden te duiken tot een meter of vier boven de aardappelvelden.
Een van de gedetineerden Bernard H. vroeg me: “Wat is dat voor een gek?” Ik verzon ter plekke een antwoord dat me goed van pas kwam als bewaker van de groep en zei: “Dat is de GeWa, die het loof van de aardappels dood sproeit. Daarbij houdt hij vanuit de lucht een oogje in het zeil, om te voorkomen dat er gevangenen ontvluchten. Als dat gebeurt, hebben ze de deserteur zo te pakken. Het vliegtuig heeft  wapens aan boord en kan je zo neer leggen, als je de benen neemt.”
Dat maakte kennelijk indruk op hem. Bernard ging weer aan het werk. Maar daar kwam het vliegtuig alweer. Het dook ineens omlaag en recht over ons heen. Bernard zwaaide driftig naar de piloot en terwijl hij zijn middelvinger naar hem opstak, dook hij naar de grond met de woorden: “Wat een klootzak, hij wil me vermoorden!”
Door met de vleugels heen en weer te zwaaien gaf de piloot te kennen dat hij het gezien had en verdween weer achter de populieren.Daar kwam het toestel voor de derde maal aanvliegen, kennelijk om een aanloop te nemen voor de aardappelvelden. Als bij een kamikazepoging dook het tot vlak boven onze groep…..
De gedetineerden sprongen alle kanten op en Bernard zette het op een lopen in de richting van de loods terwijl hij schreeuwde: “Die piloot wil me vermoorden, help, hellup!” Het vliegtuig vloog nog een aantal keren vlak over de loods, waar Bernard zich inmiddels verstopt had. Een minuut of tien later, toen het geluid van het vliegtuig niet meer te horen was, kwam hij lijkbleek en sidderend onder het afdak van de loods vandaan en liet me weten: ”Werkmeester, wat heb ik geluk gehad dat ik hem te slim af was, he? Hij had me bijna te pakken. Wat een klojo, maar hij heeft me gelukkig niet geraakt…..”

Koop nu “Bajesverhalen Veenhuizen” op ww.bajesverhalen.nl/shop
met ca. 90 Bajesverhalen, die nooit verteld werden vanwege geheimhoudingsplicht van de bewakers.

een greep uit de recensies:

“Wat een mooi boek. Jammer dat ik het uit heb” Jose Kroesen-Hankel, Sappemeer)

Dagblad van het Noorden (DvhN 18-7-15) “Lees deze kostelijke geschiedenis vanaf pagina 119”.

“Mooi boek, heb ik” (Andre Lageveen, Joure)

Posted on

Hoge Heer, Vreemde Eend

(naar een verhaal van een ex-GeWa) foto: DvhN (22-09-1979)
Voordat ik dit verhaal vertel, zal ik eerst even enkele bijzonderheden aangeven over de Gestichtwacht (GeWa) in de jaren ’40 tot ’80 van de vorige eeuw:
De GeWa in Veenhuizen was vanaf 1942 bij de oprichting door commandant Walters geschoeid op militaristische leest. Dat werd nog eens onderstreept toen Majoor Mulder (alias Zwarte Mulder) zijn intrede deed in het Korps. Als zijn commandant Walters het over hem had, typeerde hij hem als een ruwe bolster, blanke pit.
De instelling die hij had en de commando’s die hij gaf aan “Zijn GeWa’s” deden denken aan de militaire rekruten-opleiding van de vorige eeuw. Het gebruikelijke rauwe, respectloze vakjargon dat hij hanteerde als hij orders gaf aan- en kritiek gaf op zijn onderdanen, was vaak niet om aan te horen. Toch werd hij door een groot deel van de manschappen op handen gedragen. Hij was eerlijk en recht voor zijn raap. Als je goed kon voetballen had je een streepje voor bij hem. Als zijn mannen doorzettingsvermogen en standvastigheid toonden, werden ze beloond, maar hij had een hekel aan twijfelaars en “watjes”.
Lang haar en ongepoetste schoenen werden door hem niet getolereerd. Dat keurde hij af met beledigende scheldwoorden, waar je het schaamrood van op de kaken kreeg. Zwarte Mulder duldde wat dit betreft geen tegenspraak en zo gebeurde het dat op zekere dag vanuit Den Haag een belangrijke diplomaat op bezoek zou komen. Het pad naar de toegangsdeur van de kazerne werd geveegd, de hal en de centrale toegangsdeur werden gesopt. De Majoor had al op zijn eigen wijze met veel GVD’s aan alle “Sjons”, zoals hij zijn mannen noemde, laten weten dat de kapsels en uniformen met vouw in de broek in perfecte toestand moesten zijn om de “Hoge Heer” uit den Haag op gepaste wijze te ontvangen. De hele kazerne was spik en span. De volgende dag brak aan met de inspectie van de uniformen door de majoor zelf. Iedereen stond op het afgesproken tijdstip in het gelid om de “Hoge Heer” te ontvangen.
Een grote zwarte dienstwagen stopte voor de kazerne. Het commando: ” Afdeling… Geeft… Acht” schalde over het terrein. De chauffeur van dienst opende het achterportier van de zwarte auto.
Er stapte een man uit, die ons eerder deed denken aan John Wayne of Crocodile Dundee dan aan een statige diplomaat van het departement in Den Haag. Het was een vreemde eend in de bijt. Hij leek zo uit een cowboyfilm gestapt te zijn met zijn lange haar dat tot paardenstaart was gebonden. Daarbij droeg hij ook nog leren cowboylaarzen. Alles wat we verwacht hadden, maar dit sloeg werkelijk alles! Alles leek fout aan hem.
Wij liepen misschien als noorderlingen een beetje achter wat de mode betreft, maar een vertegenwoordiger van Justitie werd verondersteld zich in een net kostuum te vertonen en niet als een verlopen hippie.
De Majoor was even uit het veld geslagen bij de aanblik van de “Hoge Heer”, deed een stap in zijn richting en begroette hem met de woorden: “Sjon, jij ziet er niet uit” en hij haastte zich om hem mee te nemen naar de brigadiers-kamer, waar de diplomaat de wind van voren kreeg.
Daar kwam de Zwarte met een stemgeluid van ongeveer 120 decibel pas goed op stoom. “Ik zorg ervoor dat mijn mannen er altijd correct bijlopen en dan durf jij je hier GVD te vertonen als een stuk oud vuil met vodden aan je lijf en manen als van een paard! Sjon, naar de kapper jij GVD, anders brand ik het eraf. Je lijkt wel een meelsjouwer bij de molen van Norg.”
De diplomaat stond als aan de grond genageld, zo was hij onder de indruk van deze kanonnade aan zijn adres en stamelde: “Wat zegt u allemaal? Ik kan u niet volgen.”
De Majoor sprong zowat uit zijn vel en brulde: “Dat komt wel als ik warm gedraaid ben, GVD. Het lijkt wel of jij overal schijt aan hebt, Sjon. Hoe durf je je hier zo te vertonen. Eruit! Wegwezen! Ik wil je hier niet meer zien. Als er iemand van het departement moet komen, sturen ze maar een ander. Afnokken, jij!”
De diplomaat kon niet anders doen dan gehoor geven aan dit bevel en liep met de staart tussen de benen naar de auto die voor hem klaar stond.
Weer klonk het commando: “Geef…. acht! En terwijl iedereen in de houding stond, werd de dienstauto met een klap dichtgegooid……. Langzaam verdween deze daarna in de richting van het cellengebouw naar…………….? We hebben hem nooit weer gezien in Veenhuizen.