Gepost op

Ladderzat na Innige Omhelzing

Veenhuizen kende bewakers die binnen de poorten werkzaam waren en Gestichtswachters (GeWa’s), die hoofdzakelijk zorgden voor de buitenwacht rondom de gevangenissen.
Ebel Duursma heeft er al bijna 40 dienstjaren opzitten en is zowel GeWA als zaalopziener geweest in Veenhuizen. Hij vindt nog steeds het werken met gedetineerden het mooiste beroep dat er is.
“Je beleeft elke dag wel wat, het verveelt nooit,” is een geijkte uitspraak van hem en lachend voegt hij eraan toe: “Ik heb een mooi verhaal, dat geloof je niet!
Het is alweer een jaar of twintig geleden. Ik was toen bewaker op Groot Bankenbosch. Daar zaten op een speciale afdeling zwaar gestrafte criminelen, die het laatste deel van hun straf uitzaten in een vrijer regime. Dit was voor hen een soort tussenstation om daarna weer normaal in de maatschappij te kunnen functioneren.

Elke zondag was er bezoekuur. Voor het bezoek werden de gedetineerden streng gecontroleerd en gefouilleerd.
Drugs en alcohol waren binnen en buiten de poort streng verboden. Toch waren er regelmatig mannen die naar jenever stonken.
Bijvoorbeeld Karel T., een gevangene van een jaar of 45. Die spande de kroon…
Wij begrepen maar niet, waarom hij na het bezoek van zijn vrouw elke zondag weer moeite had om overeind te blijven en zo glazig uit zijn ogen keek…..

Karel was elke keer als een kind zo blij, dat hij haar zag en dan omhelsde hij haar lang en zo innig, dat ze bijna het evenwicht verloren.
Na een half uur, drie kwartier stond Karel te tollen op zijn benen. “Dronken van de liefde,” zeiden we wel eens, maar volgens ons kwam dat niet van de liefde alleen. Ze werden beiden vooraf grondig gefouilleerd en gek genoeg: dan was er niks vreemds aan die twee.
Maar…. Wat bleek toen? Karel was na het bezoek steevast ladderzat, laveloos. De jeneverkwalm kwam zijn oren uit !!
Dat hadden wij als bewakers eerst niet door, totdat we het stel eens wat van dichterbij bekeken tijdens hun innige omhelzingen. En toen zagen we het.
Geloof het of niet, zij had onder haar oksel en tegen de huid een slappe plastic zak met jenever geplakt. Een slangetje dat van daaruit naar boven liep, kwam in haar hals uit.
Karel dook zo diep bij haar in de nek, dat hij bij het slangetje kon om de zak met een halve liter jenever binnen een half uur leeg te zuigen.
Toen we hem op heterdaad betrapten, was het natuurlijk wel gebeurd met de platte jeneverzak. En de omhelzingen? Nou, die waren vooral minder innig.”

Gepost op

Uitbraak Zware Jongens Esserheem

Het was een uur of zeven op een regenachtige oktoberavond in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Veenhuizen was zich totaal nog niet bewust van wat er die avond en nacht stond te gebeuren… Zes zware criminelen hadden een plan om op die avond uit de zwaar bewaakte gevangenis van Esserheem in Veenhuizen te breken. De bewaking had niets van hun plannen gemerkt. Buiten was het al donker en de mannen hadden de avondmaaltijd net achter de knopen. Onopvallend verlieten ze een voor een de eet/slaapzaal. Dat had niemand van de bewaking opgemerkt. Ze wisten dat er bij het badgebouw een blusslang lag. Die koppelden ze los, gooiden die over de muur en klommen er tegenop.
Met het prikkeldraad boven op de muur hadden ze totaal geen moeite. Daar hadden ze een oude jas overheen gegooid en zonder kleerscheuren kwamen ze alle zes aan de andere kant van de muur.
Daarna gaf een van hen het teken: “Wegwezen en verspreiden.” Iedereen verdween in een vooraf bepaalde richting, ook al had niemand een flauw idee, waar ze terecht zouden komen. Dat was ook geen wonder, want geen van de zes kende de omgeving van Veenhuizen.
Het was een riskante onderneming en er was durf en geluk bij nodig. Buitendien het was nog gevaarlijk ook, want als ze gesnapt werden, zou er met scherp op hen geschoten kunnen worden.
De GeWa was namelijk geinstrueerd om bij een vluchtpoging, na een waarschuwingsschot, gericht met de karabijn op hen te schieten. Maar dat deerde de vluchtelingen niet. Durf hadden de zes wel…

Slaapkooien Bleven Leeg

Het was een uur of acht ’s avonds en voor de gevangenen langzamerhand tijd om naar bed te gaan. Nog had de bewaking niks gemerkt van de zes deserteurs. Maar toen iedereen voor de telling in het gelid kwam, bleven zes van de slaapkooien leeg…..
Paniek bij de bewakers! Groot alarm! Ook Interpol werd gewaarschuwd en Veenhuizen stond te trillen op zijn grondvesten. Het waren zes van de zwaarst gestraften, dus gevaarlijke jongens. Onder hen waren twee mannen van de ‘Kempenbende’ uit Brabant die in die tijd berucht waren om hun gewapende overvallen en mishandelingen.
Daar was men niet alleen in Nederland bang voor, maar ook in België en ver daar buiten.
Het anders zo rustige Veenhuizen was in rep en roer. Alles was afgezet, er werd geregeld met scherp geschoten en er werd een helikopter ingezet. Diezelfde nacht werden vier van de voortvluchtigen gepakt en in verzekerde bewaring gesteld. De overige twee mannen wisten te ontkomen via Norg.
Die verdwenen daar spoorloos met een gestolen witte (?) VW in zuidelijke richting. Men vermoedde dat ze naar Brabant waren gereden, maar enige zekerheid daaromtrent was er niet. Wat wel zeker was: Die twee lieten hun gezicht niet meer zien in Veenhuizen……

Gepost op

De Majoor en Zuipen in Diensttijd

(Naar het verhaal van een GeWa ☨)

Het was op een snoeihete zomeravond in 1968. Ik zat rond 9 uur op het planton, de wachtpost bij de GeWa kazerne. Even later liep ik naar binnen en ik zag dat de de Majoor ook in huis was. Bij zijn onderdanen had hij een paar bijnamen die sloegen op zijn uiterlijk.
Omdat eigenlijk alles zwart was aan hem, werd hij ook kort “de Zwarte” of “Zwarte Mulder” genoemd. Hij was grof gebekt en dan druk ik het nog zacht uit. Veel van zijn onderdanen hadden daar een hekel aan, maar anderen hadden daar geen moeite mee en konden er zelfs af en toe wel om lachen. De Majoor was die avond weliswaar in burger, maar toch was iedereen op zijn hoede. Ook dan kon hij scheldkanonnades uitbraken waar je oren van toeterden en het schaamrood je naar de kaken steeg.
Samen met brigadier Luggers zat hij op een bepaald moment in diens kamer en ramde driftig met twee vingers op een stalen typemachine. Luggers zat in uniform tegenover hem te worstelen met de dienstlijsten. Zonder op of om te kijken riep de Majoor in mijn richting: “Sjon, het is hier smoorheet, pak eens een flesje bier voor mij”. Dus ik de keuken in, open een flesje bier, zet het op een dienblad en met een theedoek over de arm presenteer ik het flesje bier met de vraag: “Zal ik het even voor u inschenken, Majoor?” “Ja, gooi er maar wat in,” was het antwoord.
Zonder er bij na te denken wat de gevolgen zouden kunnen zijn, zei brigadier Luggers daarop: “Nou Oosting, dat lijkt me lekker, breng mij er ook maar een.”
Even was het stil… De Majoor kleurde rood, groen en paars en ontplofte zo ongeveer met: “Ben je nou GVD helemaal van de ratten besnuffeld, Luggers? Zuipen in diensttijd?” “Ja, m.. maar ik dacht vanwege de hitte…..” bracht Luggers stotterend uit. De Majoor ontplofte zo ongeveer: “Niks te maren, GVD Sjon, zuipen doe je maar thuis. Hier in uniform, ben je helemaal besodemieterd, etc. etc. De gebruikelijke stortvloed met schuttingtaal galmde door de hele kazerne heen.
Ik maakte, dat ik de kamer van de brigadier uit kwam en deed de deur achter me dicht, want hier had ik geen boodschap aan.
Na enige tijd kwam brigadier Luggers het kantoor uit en zei: “Eh, eh, zeg Oosting jongen, eh breng mij maar een ….kopje koffie”.
Ik stond perplex en zei gedienstig: “Maar natuurlijk, brigadier, tot uw dienst….”

(Voor meer info over de GeWa: ga naar www.gestichtswacht.nl/